Je kunt je cookievoorkeuren instellen met de onderstaande schakelaars. Je kunt je voorkeuren bijwerken, je toestemming op elk moment intrekken en een gedetailleerde beschrijving bekijken van de soorten cookies die wij en onze partners gebruiken in ons Cookiebeleid.
Door Simone | 2 december 2019
1969 was een goed jaar voor horloges. De Omega Speedmaster vergezelde Neil Armstrong naar de maan, Seiko creëerde het eerste kwartshorloge en de chronograaf had zijn belangrijkste ontwikkeling sinds de oprichting: een nieuw type uurwerk dat geen handmatige opwinding nodig had. De vraag wie verantwoordelijk is voor het uitvinden van de automatische chronograaf lijkt eenvoudig genoeg, maar het antwoord is niet zo eenvoudig als je zou denken. Samen met horloge-expert Joaquín Fernández Cebrián gingen we op onderzoek uit.
De jaren 60 waren een goede tijd voor de chronograaf en het gespecialiseerde horloge. Ze waren een belangrijk hulpmiddel voor bestuurders in de autosport, gingen letterlijk naar nieuwe diepten om de pols van de diepzeeduikers terwijl ze nieuwe hoogten bereikten met bergbeklimmers, piloten en astronauten.
Ondanks deze successen daalde de verkoop van Zwitserse chronografen van jaar tot jaar, waarbij mensen massaal automatische horloges gingen kopen die zichzelf konden opwinden. "We zaten in een overgangsperiode waarin nieuwe, complexere en geavanceerde technieken steeds belangrijker werden, en wanneer iets een oudere (en mogelijk binnenkort verouderde) technologie gaat vervangen, is het belangrijk om de concurrentie voor te zijn," vertelt Joaquín ons. De behoefte aan een automatische chronograaf was er duidelijk en er meldden zich in ieder geval drie kandidaten.
In de late jaren 50 verdiepte de Zwitserse horlogefabrikant Heuer zich in de mogelijkheden en vroeg de toen weinig bekende Dubois-Depraz, een bedrijf dat eenvoudige basisuurwerken in meer gecompliceerde horloges veranderde, of ze een chronograafmodule konden bouwen voor in het Caliber 1280 Intramatic uurwerk van Buren om zo een automatische chronograaf te vormen. Zowel Dubois-Depraz als Buren namen de uitdaging aan.
Een ingewikkelde en kostbare onderneming, dus benaderde Heuer ook concurrent Breitling om samen te gaan werken. Heuer deed het goed in de VS en het Verenigd Koninkrijk, maar minder op het Europese continent. Voor Breitling was het juist het tegenovergestelde: ze hadden een prima positie op de Italiaanse en Franse markt, maar waren nog niet aanwezig op de markten van de VS en het Verenigd Koninkrijk. Beide bedrijven hadden de automatische chronograaf nodig en het was logisch om de krachten te bundelen.
Heuer, Breitling, Buren (later overgenomen door toekomstig teamlid Hamilton) en Dubois-Depraz, ook bekend als The Chronomatics, kondigde op 3 maart 1969 officieel „'s werelds eerste automatische chronograaf“ aan tijdens meerdere persconferenties in Genève, Tokio, Hong Kong en Beiroet. Hoewel de groep in het geheim had gewerkt, waarbij werknemers zelfs de uitdrukking 'automatische chronograaf' niet mochten gebruiken en aangemoedigd werden om in plaats daarvan de codenaam 'project 99' te gebruiken, waren The Chronomatics niet de eersten die hun uitvinding aankondigden.

Zenith begon in 1962 te werken aan zijn automatische chronograaf, in de hoop deze uit te brengen voor het eeuwfeest van 1965. De taak bleek echter niet eenvoudig en de eerste prototypes verschenen pas in december 1968.
Na een gerucht te horen dat de Chronomatics binnenkort hun prototypes zouden introduceren, besloot Zenith snel zijn automatische chronograaf aan te kondigen voordat zijn concurrent een kleine persconferentie kon houden op 10 januari 1969. Ze noemden het horloge brutaalweg "El Primero", waarmee Zenith impliceerde dat het de race al had gewonnen. Maar de aankondiging kreeg niet helemaal de ontvangst waarop Zenith had gehoopt en het nieuws was alleen in lokale en regionale kranten te lezen. Slechts zes regels werden er geschreven in het Swiss Watch and Jewelry Journal, terwijl twee maanden later zes pagina's werden gewijd aan de aankondiging van de Chronomatics.
Het beslissende moment tussen deze twee concurrenten was op de Basel Fair in april 1969, toen beide bedrijven hun eerste prototypes presenteerden. Met Zenith dat minder dan een handvol werkende modellen beschikbaar had en de Chronomatics bijna honderd, allemaal in verschillende uitvoeringen en kleuren en aangedreven door hun gloednieuwe Caliber 11-uurwerk, leek het erop dat de race was gelopen. Maar zonder dat ze het wisten, was er nog een concurrent ...

Ver weg van alle Zwitserse opwinding had Seiko aan zijn eigen automatische chronograaf gewerkt. Het is niet helemaal duidelijk wanneer hun eerste model werd gelanceerd. De serienummers op de achterkant van de Seiko Reference 6139-chronografen leiden ons helemaal terug naar maart 1969, maar het is onduidelijk of dit pre-productiemodellen waren of het echte werk. Hoewel bronnen binnen het bedrijf beweren dat het bedrijf zijn eerste automatische chronograaf in mei 1969 heeft gelanceerd, kan nergens officiële data worden gevonden.
Seiko was niet verstrikt in de chronograafrace die in Europa plaatsvond, misschien omdat de focus ergens anders op gericht was. Slechts enkele maanden nadat de automatische chronograaf werd gelanceerd, introduceerde Seiko het allereerste kwartshorloge ter wereld: de Seiko Quartz Astron 35SQ. Deze baanbrekende innovatie veroorzaakte wat Zwitserse horlogemakers later zouden omschrijven als de ‘kwartscrisis’, omdat het wereldwijd een aanzienlijke achteruitgang van mechanische horloges veroorzaakte. Aziatische bedrijven, daarentegen, noemden het eigenlijk de ‘kwartsrevolutie” en omarmden juist de innovatie.

Over wie als eerste eindigde in de race naar de automatische chronograaf wordt nog altijd gediscussieerd. De Chronomatics worden algemeen beschouwd als de eerste door experts, en hoewel Seiko technisch gezien misschien de eerste was, was hun product alleen beschikbaar in Japan. En terwijl Zenith de eerste was die in januari 1969 een officiële aankondiging deed, eindigde ze als laatste qua release: de El Primero was pas in oktober 1969 verkrijgbaar in de winkel.
In de loop van de tijd is het minder belangrijk geworden wie er nu eerste of laatste was. De wereld had er een aantal geweldige horloges bij. En als je kijkt naar blijvende impact, overtreft Zenith eigenlijk de anderen. Joaquín legt uit: "El Primero is de meest geavanceerde van die drie "nieuwe" chronografen, met een kaliber van betere kwaliteit. Tot het jaar 2000 gebruikte Rolex zelfs het kaliber van Zenith (met veel aanpassingen) voor zijn Daytona-chronograafmodel, totdat het zijn eigen kaliber lanceerde. Desalniettemin was de kaliber 11, uitgevonden door de Chronomatics ook een prachtige uurwerk, dat in veel sporthorloges werd geplaatst. ”
____________________
Tijd voor een nieuw horloge? Bekijk onze meest recente horlogeveilingen of registreer je als verkoper op Catawiki.
Ontdek meer TAG Heuer | Breitling | Zenith | Seiko
Deze artikelen vind je misschien ook interessant: