Je kunt je cookievoorkeuren instellen met de onderstaande schakelaars. Je kunt je voorkeuren bijwerken, je toestemming op elk moment intrekken en een gedetailleerde beschrijving bekijken van de soorten cookies die wij en onze partners gebruiken in ons Cookiebeleid.
Door Tom | 22 september 2022
In juli 1971 smokkelden de astronauten van de Apollo 15 missie 400 gefrankeerde brieven – enveloppen met postzegels en adressen – mee de ruimte in om geld te verdienen met wat ongetwijfeld felbegeerde verzamelobjecten zouden worden. Het leidde tot een publiek schandaal, waarbij NASA, de astronauten, de Amerikaanse regering en een mysterieuze Duitse verkoper betrokken waren. Jean-Eudes Schoppmann, expert in postzegels, vertelt over een van de meest schandalige hoofdstukken in de postzegelgeschiedenis.
Kort nadat David Scott van Apollo 15 op 7 augustus 1971 in de buurt van Honolulu, Hawaii, op aarde terugkeerde, deed hij iets eigenaardigs. Hij zou samen met zijn bemanningsleden door helikopters van het vliegdekschip USS Okinawa worden opgepikt en terug naar het schip worden gebracht, maar zijn gedachten waren ergens anders. Hij had net een partij ongeautoriseerde gefrankeerde enveloppen de ruimte in gesmokkeld en wilde ze graag laten afstempelen en klaar maken voor distributie. Hij schreef naar het postkantoor in het Kennedy Space Center met het verzoek om een serie postzegels naar de Okinawa te sturen. Op 20 augustus bevestigde het postkantoor dat dit mogelijk was. Niet lang daarna hadden Scott en zijn bemanningsleden 398 enveloppen voorzien van postzegels — vermoedelijk waren er twee voor of halverwege de vlucht verloren geraakt — en ze gesigneerd; 298 enveloppen die ze zelf zouden houden en 100 die binnenkort met winst verkocht zouden worden. Wat de astronauten niet wisten, was dat ze niet de enigen waren die geld zouden verdienen met de gefrankeerde brieven – de postzegelhandelaar die de brieven kocht was namelijk van plan om ze meteen door te verkopen.

De lancering van Apollo 15. Wikimedia Commons.
“Het feit dat er tijdens de Apollo 15 missie ongeautoriseerde brieven werden meegesmokkeld wordt nog steeds gezien als een grof schandaal, omdat het een wetenschappelijke missie, waar de Amerikaanse bevolking zeer trots op was, reduceerde tot een financiële transactie“, legt Jean-Eudes, expert in postzegels, uit. “De astronauten hebben geen enkel moment nagedacht over hoe hun acties de publieke opinie zouden beïnvloeden. Door deze ondoordachte actie kwam NASA in een slecht daglicht te staan, wat één van de redenen was dat de zaak werd geëscaleerd naar de senaatscommissie“.
Media-aandacht is niets nieuws in de postzegelwereld. Postzegels zijn vaak vervalst en ze hebben enkele van de grootste prestaties en rampen van de mensheid gedocumenteerd. Toch is dit publieke schandaal, dat de 'Sieger-brieven' werd genoemd, nog steeds een van de meer duistere, maar daarom niet minder fascinerende hoofdstukken in de postzegelgeschiedenis. Tijdens het hoogtepunt van de ruimtewedloop had iedere gebeurtenis die het Amerikaanse succes en de integriteit van NASA ondermijnde mogelijk een destabiliserend effect. Dit was uiteindelijk precies waar de Apollo 15-brieven voor gezorgd hebben.
Postzegels en ruimtevaart lijken misschien verschillende werelden, maar vanaf het midden van de twintigste eeuw begonnen aarde en ruimte elkaar te overlappen. In de Verenigde Staten en over de hele wereld bestond er een lange traditie van het uitgeven van herdenkingszegels om belangrijke momenten in de geschiedenis vast te leggen en natuurlijk hoorde de opkomst van de ruimtevaart daar ook bij. Deze postzegels werden vaak geautoriseerd en in opdracht van de nationale postorganisatie, in beperkte oplage, uitgegeven aan het publiek. Vanaf 1948 werden ruimtezegels of 'astrofilatelie' zoals het beter bekend is, enorm populaire verzamelobjecten; vooral in de VS, waar het publiek werd gedreven door een interesse in ruimtevaart en de mythische status van astronauten.
“Astrolfilatelie was een nieuw gebied voor postzegels, maar het liet dezelfde bekende aardse spanningen zien. Het was een manier om de prestaties van een land te vieren en ze op een zeer publieke wijze te plaatsen boven de prestaties van een ander land. Als je kijkt naar de geopolitieke context en spanningen tussen de USSR en de VS, was de ruimte een soort neutraal gebied waar elk zijn eigen technologieën kon promoten. Door daar een brief naar toe te sturen, maakte je jezelf onderdeel van de geschiedenis”.
Deze postzegels werden uitgebracht met allerlei afbeeldingen, van satellieten tot astronauten, in een poging om alles vast te leggen wat er gebeurde in de ruimtewedloop. Ze waren gewild bij het publiek en misschien nog belangrijker, de astronauten zelf.

De astronauten bij NASA waren echter onderworpen aan strikte protocollen en hoewel ze voorwerpen konden meenemen als onderdeel van hun Personal Preference Kits (PPK), moesten deze allemaal vooraf worden goedgekeurd door NASA. NASA was zich er echter van bewust dat astronauten misschien souvenirs de ruimte in wilden nemen en dat het interessant zou zijn om bepaalde voorwerpen mee te nemen om als aandenken te bewaren.
Als gevolg hiervan werden er ter herdenking van verschillende ruimtereizen officiële gefrankeerde brieven uitgegeven. “Gefrankeerde brieven zijn enveloppen met een adres en een postzegel”, zegt Jean-Eudes. “Het is erg populair als verzamelthema omdat je je kunt focussen op de bestemming, de gebruikte postzegel, manier van vervoer enz”. Er werden gefrankeerde brieven uitgegeven ter gelegenheid van de lancering van Apollo 11, 13 en 14; waarvan er vele mee werden genomen de ruimte in waarna ze door de astronauten als aandenken werden bewaard. Dat stond echter op het punt te veranderen.
Lang voor de Apollo 15 missie werden er al schimmige deals gesloten in de achterkamertjes. Een zakenman genaamd Horst Eiermann – die volgens een in 1972 gepubliceerd artikel in de New York Times een eenmalige NASA-contractant was en een genaturaliseerde Amerikaan die later naar Stuttgart, Duitsland verhuisde – was jarenlang bezig geweest met het verzinnen van dubieuze plannetjes. Hij had geprobeerd de bemanningen van Apollo 7 (1968) en Apollo 13 (1970) een reeks gesigneerde filatelistische items aan boord te laten smokkelen voor een vergoeding die naar schatting ongeveer $ 2.500 zou bedragen. Dit is er echter nooit van gekomen.
Toen in 1971 Apollo 15 werd gelanceerd, liep het anders. Eiermann had onlangs een ontmoeting gehad met de Duitse postzegelverkoper Hermann Sieger, die het brein zou worden van de operatie om enveloppen naar de maan te smokkelen. Sieger stelde zijn listige plan voor aan Eiermann – die werd gebruikt als de contactpersoon en de bemiddelaar tussen Sieger en de astronauten – terwijl hij zelf plannen smeedde om de brieven op een later tijdstip te verkopen.

Eiermann slaagde erin de bemanning van Apollo 15 zover te krijgen, met dank aan zijn connecties bij NASA. De bemanning, James Irwin, David Scott en Alfred Worden, kreeg een vergoeding van $ 7000 aangeboden om 100 gefrankeerde brieven voor Sieger en 300 voor henzelf mee te nemen, bedoeld als cadeau. Irwin en Worden, die voor het eerst de ruimte in gingen, werden op het hart gedrukt dat dit voor astronauten de normale gang van zaken was en dat de gefrankeerde brieven niet zouden worden verkocht.
Sieger en Eiermann maakten hun ware beweegredenen echter niet bekend; in plaats daarvan speelden ze in op het verantwoordelijkheidsgevoel van de astronauten door te beloven dat het geld kon worden gebruikt om hun families thuis te ondersteunen. Eiermann en Sieger maakten misbruik van de veranderingen in het werkgelegenheidsbeleid van NASA en de ingetrokken voordelen voor de astronauten; het kwam op een moment dat de astronauten naar verluidt geen levensverzekering meer ontvingen, wat betekent dat de postzegels als onderpand konden worden gebruikt in geval van een ongeluk. De astronauten gingen akkoord en brachten daarmee een ingewikkelde juridische strijd op gang.
Het was de verantwoordelijkheid van Eiermann om alle betrokken partijen - en dat waren er velen - uit te leggen hoe de enveloppen moesten worden voorbereid. De astronauten moesten ze op de ochtend van de lancering van Apollo 15 en later op de USS Okinawa afstempelen – om hergebruik te voorkomen – en zorgen voor een ondertekende notariële verklaring van echtheid, omdat Sieger beweerde dat het de aantrekkingskracht op kopers zou vergroten.

Scott stempelt een geautoriseerde gefrankeerde brief op de maan. Wikimedia Commons.
Op 26 juli 1971 verliep alles volgens plan, maar dat was meer geluk dan wijsheid, legt Jean-Eudes uit. “Naast de ongeautoriseerde enveloppen, werd een bekende partij van 144 enveloppen geautoriseerd door NASA en de supervisor van de bemanning, Derrick Slayton. Deze zouden worden meegenomen door Worden. Toen Scott op de dag van de lancering de 400 ongeautoriseerde enveloppen bij het Kennedy Space-station inleverde, dacht James C. Fletcher – de beheerder die verantwoordelijk was voor het controleren van de PPK van elke astronaut – dat dit de partij enveloppen was die door NASA was geautoriseerd.
Scott en zijn bemanning vlogen de ruimte in, met de ongeautoriseerde brieven verstopt in zijn ruimtepak. Op 7 augustus 1971 keerde de bemanning terug op aarde – met een partij gefrankeerde brieven die naar de maan en terug waren geweest.
Nog voordat Eiermann en Sieger hun plannetjes hadden gesmeed, had NASA al regels opgesteld over wat wel en wat niet de ruimte in mocht. Vanaf 1965 moesten voorwerpen die de ruimte in werden vervoerd worden goedgekeurd door de supervisor van de bemanning, in dit geval Donald "Deke" Slayton. Slayton stond bekend om zijn ijzersterke controle over de bemanning'; een eigenschap die later in de rechtszaal de kop zou opsteken en de twijfelachtige aard zou benadrukken van hoe de astronauten erin slaagden de brieven in de ruimte te krijgen.
De astronauten waren erin geslaagd de enveloppen te signeren en in de ruimte te krijgen, maar ze waren niet voorbereid op de snelheid waarmee Sieger de voor hem bestemde brieven verkocht. Slechts enkele dagen nadat Scott op 2 september Eiermann 100 brieven had gestuurd, kreeg Sieger ze in bezit, die ze meteen te koop aanbood. Hij vroeg $ 1.500 per brief en in november dat jaar had hij ze allemaal verkocht, behalve één die hij voor zichzelf hield.
De astronauten hadden ondertussen een Europese reis gepland voor Apollo 15 in november, die al snel een onheilspellendere wending nam. De 298 gefrankeerde brieven die de astronauten voor zichzelf hadden gehouden, werden aan een drukker in Houston toevertrouwd om ze te certificeren en te bewaren, maar toen Scott en de rest van de bemanning op weg waren naar Duitsland om de $ 7.000 in ontvangst te nemen die Sieger hen had beloofd voor de 100 brieven, kregen ze lucht van het feit dat Sieger zijn brieven al had verkocht. Een latere getuigenis van Scott in de rechtbank onthulde dat hij daarna naar Eiermann was geweest om te vragen of dit waar was. Irwin beweert in zijn autobiografie dat Scott toen tegen hem zei dat ze in de problemen zaten. Nadat werd bevestigd dat Sieger zijn brieven al had verkocht, gaven de astronauten het geld voor de brieven terug aan Eiermann, maar het was al te laat.

De Europese filatelistische gemeenschap stond bol van het nieuws over deze gewilde gefrankeerde brieven en het duurde niet lang voordat Amerikaanse media dit oppikten. In maart 1972, nadat een ruimtepostzegelgroep met de naam Space Topics Study Group contact had opgenomen met NASA om de echtheid van de brieven na te vragen, begon het stille plan van de astronauten te ontrafelen. Slayton was op de hoogte van de 144 gefrankeerde brieven die door Worden mee werden genomen de ruimte in – hij was echter niet op de hoogte, beweerde hij, van de 400 stuks die Scott in zijn ruimtepak had verstopt. In zijn autobiografie Deke! (1994), bevestigt Slayton niet alleen dat hij de astronauten confronteerde, maar beschreef hij de situatie als "een verdomd schandaal" en maakt hij duidelijk dat hij woedend was op het team – zo woedend dat hij ze uitsloot van eventuele toekomstige Apollo-missies. Slayton was daarna echter slordig in zijn eigen externe communicatie; hij heeft verzuimd de ruimtepostzegelgroep die de publiciteit in gang heeft gezet te vertellen dat de postzegels die de ruimte in werden genomen niet geautoriseerd waren, noch heeft hij zijn plaatsvervangende hoofden geïnformeerd over de actie die hij ondernam tegen de astronauten.
Er volgde een onderzoek van NASA en van het Amerikaanse congres. Het was een langdurige en moeizame juridische strijd tussen NASA en de astronauten. De astronauten, hoewel ze erkenden dat ze ondoordacht hadden gehandeld door de brieven niet aan te geven, beweerden dat ze niet wisten dat de brieven voor commerciële doeleinden zouden worden gebruikt. NASA was ondertussen verwikkeld in een zeer openbaar geschil dat haar geloofwaardigheid schaadde. Het gedoe met de brieven suggereerde dat NASA niet precies wist wat de astronauten die het in dienst had uitspookten, noch wat er precies werd meegenomen aan boord van de spaceshuttles.

NASA-functionarissen boven Slayton, zoals beheerders George M. Low en zijn baas Christopher C. Kraft, benaderden de astronauten, die allemaal toegaven de brieven meegenomen te hebben, maar niet met het plan om ze te verkopen – hoewel het feit dat ze in eerste instantie geld wilden verdienen in strijd was met de bestaande regelgeving van NASA. Hoewel NASA op zoek was naar de waarheid, vonden ze het op dat moment belangrijker om de bemanning openbaar te straffen om verdere schade aan het imago te voorkomen. Dit was tenslotte een extreem kostbare missie en ruimtevaart was belangrijk voor het publiek en het groeiende globalistische imago van de regering.
Bijgevolg werden de astronauten gedisciplineerd en in juli 1972 werd ze verteld dat ze waarschijnlijk nooit meer zouden vliegen. Dat hebben ze ook nooit meer gedaan.
In de nasleep van het incident met de Apollo 15-brieven, bleef de grote vraag: is er hier echt sprake geweest van een overtreding? Het riep een discussie op over ethiek en over hoe overheidsdienaars zoals astronauten — die vanwege hun celebrity status een voorbeeldfunctie hebben — zich zou moeten gedragen, zegt Jean-Eudes. “Feit is dat ze na alle rechtszaken en juridische problemen nooit de kans hebben gehad om het geld uit te geven. Het klinkt natuurlijk verkeerd om te proberen te profiteren van zo'n missie, maar sommigen vonden dat ze werden gestraft voor gedrag dat niet nieuw was voor NASA".
Dit was precies hoe David Scott zich voelde en waarom de astronauten jaren later uiteindelijk werden vrijgesproken. Scott was betrokken bij een ander geval, dat van de Fallen Astronaut – een sculptuur achtergelaten op de maan door de Apollo 15-bemanning – dat opnieuw aandacht vroeg voor NASA over hoe ze dit soort dingen konden laten gebeuren. Door deze zaak kwam aan het licht dat astronauten jaren lang persoonlijke spullen de ruimte in hadden meegenomen. Dit leidde tot een oproep van NASA aan elke astronaut om bezittingen, zoals de gefrankeerde brieven, in te leveren, onder de veronderstelling dat het eigendom van de overheid was. Dit werd door velen tegengewerkt; astronauten hadden lang geprofiteerd van gesigneerde verzamelobjecten zoals gefrankeerde brieven of hadden gewoon voorwerpen bewaard als aandenken, maar de media-aandacht en verontwaardiging betekende dat dit niet langer werd getolereerd. NASA nam daarna in ieder geval alle 298 gefrankeerde in beslag.

Maar ze waren niet voorbereid op wat er zou komen. In 1978, na jaren van herziening, getuigenissen en ondervraging door het ministerie van Justitie, verklaarde de regering dat ze de 298 brieven niet konden vasthouden, onder het mom dat deze brieven bedoeld waren als cadeau en niet voor winst. Ze concludeerden ook dat NASA-functionarissen zich schuldig hadden gemaakt aan nalatigheid; hoe kwam het dat zulke dingen zo lang niet aan hoge ambtenaren werden gemeld? “Een deel hiervan was waar”, zegt Jean-Eudes. "Maar een deel van de tactiek van de regering werd verondersteld te zijn ingegeven door de pure impopulariteit van het berechten van de astronauten". Worden, een van de oorspronkelijke bemanningsleden van Apollo 15, daagde uiteindelijk NASA voor de rechter toen hij hoorde over plannen van de US Postal Service om duizenden gefrankeerde brieven de ruimte in te sturen. Hij eiste dat de gefrankeerde brieven terug werden gegeven aan hem en zijn collega's. Dit gebeurde dan ook in 1983, waardoor de namen van de Apollo 15-bemanning werden gezuiverd, althans in de ogen van het publiek.
De astronauten kregen echter te maken met vooroordelen van de nieuwere astronauten, net als oudere NASA-astronauten van vóór Apollo 15. Hun imago was aangetast door zoiets banaals als geld en hoe ze, zelfs in kleine opzichten, hadden geprofiteerd; iets dat botste met het deugdzame beeld van de astronaut. In 2009 ontving Worden echter NASA's Ambassador of Exploration Award, waarmee werd erkend dat zelfs na het schandaal met de brieven en zijn zaak tegen hen, zijn prestaties in de ruimte onmiskenbaar waren.
Tot op de dag van vandaag zijn de Apollo 15-brieven overal ter wereld te vinden, bij mensen thuis en in veilinghuizen. Vooral de Sieger-brieven zijn gewild en komen van tijd tot tijd op de markt. Voor velen zijn het gewone enveloppen, maar voor sommigen zijn het enveloppen die spreken over de wonderen van de ruimte. Voor de kenners zijn deze gefrankeerde brieven een herinnering aan hoe zelfs de kleinste speler een gigantische invloed kan hebben; en het bewijs dat of je nu in de ruimte of op aarde bent, de waarheid altijd uit komt.
____________________
Ontdek een reeks historische en buitenaardse postzegels in onze wekelijkse postzegelveilingen. Of vermijd Sieger-achtige deals en registreer je als verkoper.
Ontdek meer Postzegels | Internationale postzegels
Deze artikelen vind je misschien ook interessant:
De vergeten humanitaire geschiedenis van postzegels
Een geschiedenis van filatelie verteld via drie postzegelvervalsers
Hoe herken je valse postzegels online