Netherlands, Zeeland 6 Stuivers 1672





Legg til dine favoritter for å få et varsel når auksjonen begynner.

Har over 30 års erfaring med å samle mynter, med omfattende profesjonelle kontakter i Asia. Lidenskapelig opptatt av historiene bak moderne mynter.
Catawiki kjøperbeskyttelse
Betalingen din er trygg hos oss helt til du mottar objektet ditt.Vis detaljer
Trustpilot 4.4 | 142376 anmeldelser
Vurdert utmerket på Trustpilot.
Beskrivelse fra selgeren
Hoedjesschelling 1672 Zfr RR
Doorsnede: 26,00 mm
gewicht 4,86gr. | zilver Ø 26mm.
muntmeester Jacob Boreel
muntteken: burcht
stempelsnijder Abraham Goverts
vervaardigd met de schroefpers
vz. Naar links liggende Nederlandse leeuw met de kop frontaal,
in zijn klauwen een speer houdend met de vrijheidshoed op top,
omringd door de tekst ITA RELINQVENDA • UT ACCEPTA
kz. Gekroond provinciewapen met het jaartal 16 - 72 ter weerszijden,
omringd door de tekst MON.NOV.ARGEN:ORDINVM:ZELAND. ♖
Toen Holland in 1670 een nieuw type schelling in voerde, de scheepjesschelling, volgde Zeeland in 1672 met een geheel eigen type, de zogenaamde hoedjesschelling. Met koos daarbij dus niet voor de afbeelding van een Hollands fregat maar voor een liggende Hollandse leeuw die met zijn rechterklauw een lans met vrijheidshoed omhoog houdt. Naast een verschil in afbeelding bestond ook een klein verschil in zilverinhoud. Zo bevatte de Hollandse scheepjesschelling 2,88 gram fijn zilver en de Zeeuwse hoedjesschelling 2,87 gram. In 1699 besloot Zeeland dit verschil op te heffen, en vanaf dat jaar bevatten ook de Zeeuwse Hoedjesschellingen 2,88 gram fijn zilver. Aanvankelijk werden de hoedjesschellingen geslagen voor binnenlands gebruik. In 1692 werden bij besluit van de Staten-Generaal besloten verdere aanmunting van schellingen te verbieden. De aanmunting van hoedjesschellingen kwam daarmee ook tot stilstand. Echter vanaf 1698 was het wel toegestaan om schellingen aan te munten ten behoeve van de V.O.C., dus voor de handel in de Oost. De gehele producties moesten worden afgeleverd bij de kassier van de V.O.C., zonder achterhouding van ook maar enkele stukken. De hele productie werd dus verscheept naar V.O.C.- vestigingen in zuidoost Azië. Dit verklaard ook dat, ondanks aanzienlijke producties, veel hoedjesschellingen uit de periode 1699-1738 toch maar weinig voorkomen. Veel exemplaren zijn omgesmolten, op de zeebodem beland of anderszins verloren gegaan. Sommige jaartallen komen niet of nauwelijks in de handel of collecties voor en zijn thans uiterst zeldzaam…
Hoedjesschelling 1672 Zfr RR
Doorsnede: 26,00 mm
gewicht 4,86gr. | zilver Ø 26mm.
muntmeester Jacob Boreel
muntteken: burcht
stempelsnijder Abraham Goverts
vervaardigd met de schroefpers
vz. Naar links liggende Nederlandse leeuw met de kop frontaal,
in zijn klauwen een speer houdend met de vrijheidshoed op top,
omringd door de tekst ITA RELINQVENDA • UT ACCEPTA
kz. Gekroond provinciewapen met het jaartal 16 - 72 ter weerszijden,
omringd door de tekst MON.NOV.ARGEN:ORDINVM:ZELAND. ♖
Toen Holland in 1670 een nieuw type schelling in voerde, de scheepjesschelling, volgde Zeeland in 1672 met een geheel eigen type, de zogenaamde hoedjesschelling. Met koos daarbij dus niet voor de afbeelding van een Hollands fregat maar voor een liggende Hollandse leeuw die met zijn rechterklauw een lans met vrijheidshoed omhoog houdt. Naast een verschil in afbeelding bestond ook een klein verschil in zilverinhoud. Zo bevatte de Hollandse scheepjesschelling 2,88 gram fijn zilver en de Zeeuwse hoedjesschelling 2,87 gram. In 1699 besloot Zeeland dit verschil op te heffen, en vanaf dat jaar bevatten ook de Zeeuwse Hoedjesschellingen 2,88 gram fijn zilver. Aanvankelijk werden de hoedjesschellingen geslagen voor binnenlands gebruik. In 1692 werden bij besluit van de Staten-Generaal besloten verdere aanmunting van schellingen te verbieden. De aanmunting van hoedjesschellingen kwam daarmee ook tot stilstand. Echter vanaf 1698 was het wel toegestaan om schellingen aan te munten ten behoeve van de V.O.C., dus voor de handel in de Oost. De gehele producties moesten worden afgeleverd bij de kassier van de V.O.C., zonder achterhouding van ook maar enkele stukken. De hele productie werd dus verscheept naar V.O.C.- vestigingen in zuidoost Azië. Dit verklaard ook dat, ondanks aanzienlijke producties, veel hoedjesschellingen uit de periode 1699-1738 toch maar weinig voorkomen. Veel exemplaren zijn omgesmolten, op de zeebodem beland of anderszins verloren gegaan. Sommige jaartallen komen niet of nauwelijks in de handel of collecties voor en zijn thans uiterst zeldzaam…
