Nr. 100568940

Anoniem - Praestantium ac Eruditorum Virorum Epistolae ecclesiasticae et theologicae (...) - 1684
Nr. 100568940

Anoniem - Praestantium ac Eruditorum Virorum Epistolae ecclesiasticae et theologicae (...) - 1684
Anoniem - Praestantium ac Eruditorum Virorum Epistolae ecclesiasticae et theologicae (...). Amst., H. Wetstenius, 1684, 2nd ed., (12),978,(10)pp - 21.5 X 33 cm.
Belangrijke collectie van theologische teksten door remonstrantische auteurs en volgelingen, zoals J. Arminius, J. Uytenbogaert, C. Vorstius, G.J. Vossius, H. Grotius, S. Episcopius en C. Barlaeus.
Conditie: Uitstekend. Stevige eigentijdse velijnbinding. Boekblok in een frisse staat. Boek dat geschiedenis ademt.
Track en trace.
Professionele boekverpakking.
Verzekerde verzending.
---------------------------------------------------
De remonstranten (of de Remonstrantse Broederschap, arminianen, of rekkelijken) zijn een afsplitsing van de (Nederduits) Gereformeerde Kerk, ontstaan in het begin van de 17e eeuw.
De Remonstrantse Broederschap heeft haar wortels in de 16e eeuw. Dit kerkgenootschap is ontstaan uit de Nederlandse Erasmiaanse stroming binnen de Reformatie, zo genoemd naar Desiderius Erasmus (1467-1536). Voortrekkers van deze stroming zijn Anastasius Veluanus, Hubert Duifhuis, Willem de Volder, Angelus Merula, Cornelis Cooltuyn en Jelle Hotses. De remonstranten staan voor een vrijzinnig-liberaal christendom, gebaseerd op waarden als liefde, vrijheid en verdraagzaamheid. Deze waarden leidden tot het begrip arminianisme.
Jacobus Arminius (1560-1609) was een belangrijke theoloog aan het eind van de 16de en het begin van de 17de eeuw die de opvattingen van een tolerant christendom verkondigde. Hij studeerde bij Theodorus Beza in Genève, was predikant in Amsterdam en van 1603 tot zijn overlijden in 1609 hoogleraar godgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Leiden. De volgelingen van Arminius werden Arminianen genoemd, ook wel de rekkelijken of remonstranten. Na hem was Conrad Vorstius de voornaamste vertegenwoordiger van de remonstranten aan de Universiteit van Leiden.
De remonstranten waren (en zijn) tegen bindende belijdenisgeschriften. Zij verzetten zich ook tegen de opvattingen van Calvijn, met name tegen de leer van de predestinatie die ervan uitgaat dat God van eeuwigheid af aan heeft verkoren of verworpen. Onder hen waren Episcopius, Eduard Poppius en de hofpredikant Johannes Uyttenbogaert. De opvattingen van de remonstranten werden in 1610 vastgelegd in een 'verweerschrift' of 'remonstrantie'. Dit verweerschrift is ook bekend als de Vijf artikelen van de remonstranten. In januari 1610 formuleerden in Gouda 44 hervormde predikanten bezwaren tegen de leer van de Nederduits Gereformeerde Kerk, die de bevoorrechte kerk was in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Deze bezwaren golden de gereformeerde belijdenisgeschriften, waaruit in 1618 en 1619 de Dordtse Leerregels voortkwamen.
De contraremonstranten, de tegenstanders van de remonstranten, onderschreven de leer van de predestinatie van Calvijn. De remonstranten beschuldigden de contraremanstranten ervan dat zij God auteur van de zonde maakten. De mens had bij de remonstranten een vrije wil, in die zin dat de mens ten minste de bereidheid moest hebben om de redding door Jezus Christus persoonlijk te aanvaarden. De contraremonstranten stelden dat dit standpunt Gods soevereiniteit tekortdoet omdat God niet afhankelijk is van mensen. De mens is totaal verdorven en kiest zelf voor het kwade, aldus de contraremonstranten. Toch blijft de mens ten volle verantwoordelijk. Dat zij niet zalig worden, dat wil zeggen het eeuwig leven niet deelachtig worden, komt niet vanwege dat ‘niet kunnen’, maar vanwege hun ongeloof. Een bekende contraremonstrant was Franciscus Gomarus. De contraremonstranten werden ook wel gomaristen of preciezen genoemd.
Tussen de remonstranten en hun tegenstanders ontstonden er al snel felle discussies. De remonstranten vonden hun medestanders met name onder de regentenklasse. Vooral onder het gewone volk, de kleyne luyden, vonden de contraremonstranten gehoor. Omdat het geschil de prille Republiek in tweeën dreigde te splitsen, organiseerde Johan van Oldenbarnevelt in 1611 een conferentie in Den Haag. Deze werd bijgewoond door zes predikanten, van zowel remonstrantse als contraremonstrantse zijde. Op deze conferentie formuleerden de contraremonstranten in zeven stellingen hun verweer tegen de remonstrantie. Stadhouder Maurits van Oranje zag het als de opdracht van het huis van Oranje ‘de gereformeerde religie te beschermen’. Daarom koos prins Maurits partij voor de contraremonstranten en tegen Van Oldenbarnevelt.
In augustus 1617 werd door de Staten van Holland de Scherpe Resolutie aangenomen, die de steden in Holland de mogelijkheid gaf eigenhandig waardgelders aan te nemen om onlusten te voorkomen. In de praktijk was de resolutie gericht tegen de contraremonstranten, die een opstandige aanhang onder de bevolking van de steden hadden. Hiermee ondermijnde men het gezag van Maurits als opperbevelhebber van het leger. Mede daardoor escaleerde zijn conflict met Van Oldenbarnevelt, met uiteindelijk gevolg dat deze raadpensionaris op 13 mei 1619 op beschuldiging van landverraad werd onthoofd. De dood van deze grote staatsman op het schavot had Maurits echter kunnen en moeten voorkomen. "Als er een rechtbank van de geschiedenis bestond, zou die over Maurits ondubbelzinnig het schuldig uitspreken", schrijft historicus A. Th. van Deursen in zijn biografie over prins Maurits.
Vanaf november 1618 werd de Synode van Dordrecht, een algemene kerkvergadering, gehouden. De Synode sprak zich naar verwachting uit voor de contraremonstranten. De standpunten tegen de remonstranten werden weergegeven in de vijf punten die bekendstaan als de Dordtse Leerregels. Op 14 januari 1619 tijdens de Dordtse synode werden 200 rekkelijke predikanten uit hun ambt gezet. Ze moesten op 29 mei dat jaar een verbod tot preken ondertekenen, de zogenoemde Acte van Stilstand. Zeker tachtig predikanten weigerden en gingen in ballingschap.
Onder leiding van Uytenbogaert stichtte in 1619 een groep van 38 remonstrantse predikanten in ballingschap in Antwerpen de Remonstrantse Broederschap. Dat was géén kerk, want de hoop was gericht op een 'reparatie van de grieven' en terugkeer in de kerk. In 1621 werden onder anderen de pro-remonstrantse Jacob Dircksz de Graeff en Rombout Hogerbeets op instigatie van Maurits verwijderd uit de regering van Amsterdam en Leiden.
Hertog Frederik III van Sleeswijk-Holstein-Gottorp nodigde de remonstrantse vluchtelingen uit zich aan de Eider te vestigen, waar zij in 1621 Frederikstad stichtten. In 1625 bouwden ze hun eerste kerk, die in 1850 tijdens de Eerste Duits-Deense Oorlog werd verwoest, maar in 1854 werd herbouwd. Hugo de Groot heeft zich tijdens zijn ballingschap nooit tot de ene of andere richting bekend. Hij werd niettemin door de gomaristen tot de arminianen gerekend, alsook door de arminianen zelf. De publicaties van De Groot kenmerken zich door een remonstrantse betoogtrant Soms werd De Groot wel voor een rooms-katholiek gehouden.(cfr. Wikipédia)
Lignende genstande
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Denne genstand blev vist i
Sådan køber du hos Catawiki
1. Opdag noget særligt
2. Afgiv det højeste bud
3. Foretag en sikker betaling

