Jan van Andel - De bestemming der vrouw. Eene lezing van J. van Andel. - 1875





Ajoutez-le à vos favoris pour recevoir une notification lorsque la vente commence.
Protection des acheteurs Catawiki
Votre paiement est en sécurité chez nous jusqu’à la réception de votre objet.Voir les informations
Trustpilot 4.4 | 143539 d’avis
Noté Excellent sur Trustpilot.
Description fournie par le vendeur
Jan van Andel : La destinée de la femme. Une conférence de J. van Andel. Kampen, G. Ph. Zalsman, 1875. 8o: 67(1)p. Demi-veau faux avec titre sur le dos. Reliure bonne. Papier ici et là renforcé dans les marges par quelques cercles d’humidité anciens.
** ANDEL (Jan van), né le 11 octobre 1839 à Bois-le-Duil, Noorderhoek; décédé à Gorkum le 29 juin 1910. Il fréquenta le gymnasium de Tiel, où le recteur Dr. Tydeman l’initia aux langues classiques, se perfectionna ensuite à l’école théologique de Kampen, où il se lia d’amitié avec Simon Evenhuis et Pieter Ariëns Lanting, étudia intensément la théologie allemande, et impressionna ses contemporains par son grand talent d’improvisateur; il fut aussi un grand admirateur des sermons d’Adolphe Monod. En 1861 il épousa Anna Henriette Brummelkamp, qui l’éleva par la mort en 1875. Plus tard, il se maria à nouveau avec J. v.d. Wetering. À l’âge de 22 ans il devint pasteur protestant réformé à Zutphen (1861), puis enseignant itinérant en Noord-Holland (1873), puis desservit les communes de Heusden (1877), Leeuwarden (1879-93) et Gorkum, où il obtint en 1907 une mise à la retraite honorifique. Il fut un prédicateur très recherché, surtout durant les années frisiennes. Bien qu’expert et amateur de minéralogie et de ethnologie, son œuvre destinée à la presse était exclusivement théologique. Ont paru de sa main : Het koningschap des menschen. Eene lezing (Kampen 1873); De bestemming der vrouw (1875); De morgenstond van Jezus’ leven (Heusden 1878); Jezus laatst vaarwel (Heusden 1879); Keerpunten in Jezus’ geschiedenis. Voordracht (Leeuwarden 1880); De kleine Profeten voor de huiselijke godsdienstoefening bewerkt (Leeuwarden 1881); Van Adam tot Abraham (Heusden 1882); Jezus’ leer (Heusden 1883); De Mozaïsche wet (Heusden 1883) Kort Begrip van den raad Gods, ons in de Schriften geopenbaard. In vragen en antwoorden (Leeuwarden 1884); Paulus’ Evangelie (Kampen 1885); Herinnering aan onze dooden (Leeuwarden 1885); Handleiding bij de beoefening der gewijde geschiedenis, 2 delen (Leeuwarden 1886-88); Kort Begrip der Chrislije belijdenis. Houd wat gij hebt. Toespraak gehouden te Assen, ter opening van de Synode der Chr. Geref. kerk op 13 Aug. (Winterswijk 1888); Uit de Schriften (Kampen 1892); Vermaning en vertroosting (Leeuwarden 1893); Vragen en antwoorden over de Bijb. Geschiedenis (Leiden 1894); Paulus’ brief aan de Efeziërs voor de gemeente bewerkt (Leiden 1894); Zaadkorrels (Leeuwarden 1896); Kerkelijke samensmelting (Leeuwarden 1899); Johannes’ Evangelie aan de gemeente toegelicht (Leiden 1900); De gemeenschap der heiligen (Kampen 1902); Het Evangelie naar de beschrijving van Lukas aan de gemeente toegelicht (Leiden 1902); Paulus’ tweede brief aan de Corinthians, aan de gemeente uitgelegd (Leiden 1903); Paulus’ brief aan de Romeinen, met de gemeente gelezen (Kampen 1904); Paulus’ beide brieven aan Timotheüs toegelicht (Leiden 1904); De Brief aan de Hebreeën, aan de gemeente toegelicht (Kampen 1906); Pastorale brieven (Kampen 1907); Paulus’ brief aan de Colossesen aan de gemeente verklaard (Kampen 1907); Bloemlezing uit ‘De Avondster’ (Kampen 1908). Na zijn overlijden werden nog uitgegeven: Vademecum Pastorale (Kampen 1910) et Uit de Heilsfontein (Kampen 1914). Deze geschriften kenmerken zich door een schoonen vorm. Menig fragment zou een bloemlezing van religieus proza niet ontsieren. Vele jaren was de auteur medewerker van het weekblad De Bazuin, en behoorde hij tot de redactie van de maandschriften Evangelische Getuigenissen (1862), De Zendeling (1869), De Avondster (1876), De Vrije Kerk (1883). De chiliastische denkbeelden, waaraan hij niet vreemd was en de milde evangelische gezindheid, die zijn geschriften ademen, brachten hem meer dan eens in moeilijkheden met de meer steile Calvinisten, mais wurden ten slotte getolereerd om zijn hoogstaande persoonlijkheid. Een tijdgenoot oordeelt aldus over hem: ‘Hij is een der leiders geweest van het gereformeerde leven in de tweede helft der vorige eeuw; een van die eigenaardig getypeerde persoonlijkheden uit de tweede generatie van de mannen der Scheiding, die vooral door eigen vorming den rijkdom van geest wisten te ontplooien, en wier oorspronkelijkheid niet teloor gegaan was door een opleiding, uniform voor allen. Zoowel in zijn prediking als in zijn geschriften wist hij de vrucht van zijn diepgaand Schriftonderzoek mee te deelen in litterair-artistieken vorm.’ Hij was voorzitter der vereenigde synode te Amsterdam, qui réunissait le 17 juin 1892 l’Église Chrétienne Réformée et les Églises réformées en une seule confédération ecclésiastique.
Jan van Andel : La destinée de la femme. Une conférence de J. van Andel. Kampen, G. Ph. Zalsman, 1875. 8o: 67(1)p. Demi-veau faux avec titre sur le dos. Reliure bonne. Papier ici et là renforcé dans les marges par quelques cercles d’humidité anciens.
** ANDEL (Jan van), né le 11 octobre 1839 à Bois-le-Duil, Noorderhoek; décédé à Gorkum le 29 juin 1910. Il fréquenta le gymnasium de Tiel, où le recteur Dr. Tydeman l’initia aux langues classiques, se perfectionna ensuite à l’école théologique de Kampen, où il se lia d’amitié avec Simon Evenhuis et Pieter Ariëns Lanting, étudia intensément la théologie allemande, et impressionna ses contemporains par son grand talent d’improvisateur; il fut aussi un grand admirateur des sermons d’Adolphe Monod. En 1861 il épousa Anna Henriette Brummelkamp, qui l’éleva par la mort en 1875. Plus tard, il se maria à nouveau avec J. v.d. Wetering. À l’âge de 22 ans il devint pasteur protestant réformé à Zutphen (1861), puis enseignant itinérant en Noord-Holland (1873), puis desservit les communes de Heusden (1877), Leeuwarden (1879-93) et Gorkum, où il obtint en 1907 une mise à la retraite honorifique. Il fut un prédicateur très recherché, surtout durant les années frisiennes. Bien qu’expert et amateur de minéralogie et de ethnologie, son œuvre destinée à la presse était exclusivement théologique. Ont paru de sa main : Het koningschap des menschen. Eene lezing (Kampen 1873); De bestemming der vrouw (1875); De morgenstond van Jezus’ leven (Heusden 1878); Jezus laatst vaarwel (Heusden 1879); Keerpunten in Jezus’ geschiedenis. Voordracht (Leeuwarden 1880); De kleine Profeten voor de huiselijke godsdienstoefening bewerkt (Leeuwarden 1881); Van Adam tot Abraham (Heusden 1882); Jezus’ leer (Heusden 1883); De Mozaïsche wet (Heusden 1883) Kort Begrip van den raad Gods, ons in de Schriften geopenbaard. In vragen en antwoorden (Leeuwarden 1884); Paulus’ Evangelie (Kampen 1885); Herinnering aan onze dooden (Leeuwarden 1885); Handleiding bij de beoefening der gewijde geschiedenis, 2 delen (Leeuwarden 1886-88); Kort Begrip der Chrislije belijdenis. Houd wat gij hebt. Toespraak gehouden te Assen, ter opening van de Synode der Chr. Geref. kerk op 13 Aug. (Winterswijk 1888); Uit de Schriften (Kampen 1892); Vermaning en vertroosting (Leeuwarden 1893); Vragen en antwoorden over de Bijb. Geschiedenis (Leiden 1894); Paulus’ brief aan de Efeziërs voor de gemeente bewerkt (Leiden 1894); Zaadkorrels (Leeuwarden 1896); Kerkelijke samensmelting (Leeuwarden 1899); Johannes’ Evangelie aan de gemeente toegelicht (Leiden 1900); De gemeenschap der heiligen (Kampen 1902); Het Evangelie naar de beschrijving van Lukas aan de gemeente toegelicht (Leiden 1902); Paulus’ tweede brief aan de Corinthians, aan de gemeente uitgelegd (Leiden 1903); Paulus’ brief aan de Romeinen, met de gemeente gelezen (Kampen 1904); Paulus’ beide brieven aan Timotheüs toegelicht (Leiden 1904); De Brief aan de Hebreeën, aan de gemeente toegelicht (Kampen 1906); Pastorale brieven (Kampen 1907); Paulus’ brief aan de Colossesen aan de gemeente verklaard (Kampen 1907); Bloemlezing uit ‘De Avondster’ (Kampen 1908). Na zijn overlijden werden nog uitgegeven: Vademecum Pastorale (Kampen 1910) et Uit de Heilsfontein (Kampen 1914). Deze geschriften kenmerken zich door een schoonen vorm. Menig fragment zou een bloemlezing van religieus proza niet ontsieren. Vele jaren was de auteur medewerker van het weekblad De Bazuin, en behoorde hij tot de redactie van de maandschriften Evangelische Getuigenissen (1862), De Zendeling (1869), De Avondster (1876), De Vrije Kerk (1883). De chiliastische denkbeelden, waaraan hij niet vreemd was en de milde evangelische gezindheid, die zijn geschriften ademen, brachten hem meer dan eens in moeilijkheden met de meer steile Calvinisten, mais wurden ten slotte getolereerd om zijn hoogstaande persoonlijkheid. Een tijdgenoot oordeelt aldus over hem: ‘Hij is een der leiders geweest van het gereformeerde leven in de tweede helft der vorige eeuw; een van die eigenaardig getypeerde persoonlijkheden uit de tweede generatie van de mannen der Scheiding, die vooral door eigen vorming den rijkdom van geest wisten te ontplooien, en wier oorspronkelijkheid niet teloor gegaan was door een opleiding, uniform voor allen. Zoowel in zijn prediking als in zijn geschriften wist hij de vrucht van zijn diepgaand Schriftonderzoek mee te deelen in litterair-artistieken vorm.’ Hij was voorzitter der vereenigde synode te Amsterdam, qui réunissait le 17 juin 1892 l’Église Chrétienne Réformée et les Églises réformées en une seule confédération ecclésiastique.

