Werner Büttner (1954) - Wo Man Ist, Da Ist Kaff





Catawiki Kopersbescherming
Je betaling is veilig bij ons totdat je het object hebt ontvangen.Bekijk details
Trustpilot 4.4 | 124985 reviews
Beoordeeld als "Uitstekend" op Trustpilot.
Werner Büttner, Wo Man Ist, Da Ist Kaff, een beperkte editie linolietprint uit 1990 in zwart, rood en wit, 50 × 37 cm, gesigneerd aan de voorkant en genummerd 4/22, met lijst.
Beschrijving van de verkoper
Werner Büttner
Waar men is, daar is koffie, 1990
tweekleurige linolsnede op Yearling-Karton 250 g
50 × 37 cm
Editie 22
Aan de voorzijde gesigneerd en genummerd.
incl. kader
“We wilden wel schilderen, want schilderen was toen verboden.” Zo herinnerde Werner Büttner zich onlangs in een gesprek met galerist Bruno Brunnet aan zijn artistieke beginjaren. Als “verguisd burgerlijk medium” was de schilderkunst eind jaren zeventig verguisd geweest. Dat op zich was dus al een rebelse daad. Aandacht kregen de in 1954 in Jena geboren Büttner en zijn nauwe medestander Albert Oehlen des te sneller, aanvankelijk met zelf georganiseerde tentoonstellingen – samen met Martin Kippenberger – in Berlijn, Hamburg en Düsseldorf. Laatstgenoemde tentoonstelling vond plaats in het atelier van Jörg Immendorff – bij iemand die net zo schilderde als zij. De galerist Max Hetzler ondersteunde Büttner vroegtijdig. De tentoonstellingen „Zeitgeist“ 1982 in het Berliner Martin-Gropius-Bau en „Wahrheit ist Arbeit“ 1984 in het Essen Museum Folkwang maakten hem nationaal bekend en ook voor de kunstmarkt interessant.
Büttner is sinds 1989 hoogleraar aan de Hamburger Hochschule für bildende Künste. Zijn werken zijn vertegenwoordigd in talrijke collecties zoals de Hamburger Kunsthalle, het ZKM Karlsruhe, het Frankfurter Städel Museum en de Hamburger Sammlung Falckenberg.
Toen ‘Blattern’, zo luidt de titel van een reeks linoleumsneden van Werner Büttner, in 1990 uitkwam, eindigde een opwindende, rebelse, uitputtende periode voor de schilder. Samen met Albert Oehlen, maar ook met collega’s als Martin Kippenberger en Georg Herold had hij de kunstwereld eind jaren zeventig en tijdens de tachtig jaren flink opgeschud. “Waar men ook is, daar is koffie”, “Hommage à eigen vissensoep”, “Jouw brein in jouw armen, zo” – uit de opmerkingen bij de visueel gereduceerde, krachtige motieven spreekt de ironie waarmee Büttner en zijn ‘bende’ de wereld en daarin aanwezige zelfverzekerdheid tegemoet traden. Vaak sarkastisch opgevoerd tot een taboebreuk. De tekstlaag vergezelt veel van Büttners werken. Hij prefereerde “het aforistische, het raadselachtige spreken, het kleine, poëtische dichte woud”, heeft de kunstenaar over zichzelf gezegd. De interpretatiemogelijkheden zijn dus ruim. En er bestaat geen twijfel dat men zich door Büttners scheppingen ook vandaag de dag nog in denkroutines laat meeslepen.
Werner Büttner
Waar men is, daar is koffie, 1990
tweekleurige linolsnede op Yearling-Karton 250 g
50 × 37 cm
Editie 22
Aan de voorzijde gesigneerd en genummerd.
incl. kader
“We wilden wel schilderen, want schilderen was toen verboden.” Zo herinnerde Werner Büttner zich onlangs in een gesprek met galerist Bruno Brunnet aan zijn artistieke beginjaren. Als “verguisd burgerlijk medium” was de schilderkunst eind jaren zeventig verguisd geweest. Dat op zich was dus al een rebelse daad. Aandacht kregen de in 1954 in Jena geboren Büttner en zijn nauwe medestander Albert Oehlen des te sneller, aanvankelijk met zelf georganiseerde tentoonstellingen – samen met Martin Kippenberger – in Berlijn, Hamburg en Düsseldorf. Laatstgenoemde tentoonstelling vond plaats in het atelier van Jörg Immendorff – bij iemand die net zo schilderde als zij. De galerist Max Hetzler ondersteunde Büttner vroegtijdig. De tentoonstellingen „Zeitgeist“ 1982 in het Berliner Martin-Gropius-Bau en „Wahrheit ist Arbeit“ 1984 in het Essen Museum Folkwang maakten hem nationaal bekend en ook voor de kunstmarkt interessant.
Büttner is sinds 1989 hoogleraar aan de Hamburger Hochschule für bildende Künste. Zijn werken zijn vertegenwoordigd in talrijke collecties zoals de Hamburger Kunsthalle, het ZKM Karlsruhe, het Frankfurter Städel Museum en de Hamburger Sammlung Falckenberg.
Toen ‘Blattern’, zo luidt de titel van een reeks linoleumsneden van Werner Büttner, in 1990 uitkwam, eindigde een opwindende, rebelse, uitputtende periode voor de schilder. Samen met Albert Oehlen, maar ook met collega’s als Martin Kippenberger en Georg Herold had hij de kunstwereld eind jaren zeventig en tijdens de tachtig jaren flink opgeschud. “Waar men ook is, daar is koffie”, “Hommage à eigen vissensoep”, “Jouw brein in jouw armen, zo” – uit de opmerkingen bij de visueel gereduceerde, krachtige motieven spreekt de ironie waarmee Büttner en zijn ‘bende’ de wereld en daarin aanwezige zelfverzekerdheid tegemoet traden. Vaak sarkastisch opgevoerd tot een taboebreuk. De tekstlaag vergezelt veel van Büttners werken. Hij prefereerde “het aforistische, het raadselachtige spreken, het kleine, poëtische dichte woud”, heeft de kunstenaar over zichzelf gezegd. De interpretatiemogelijkheden zijn dus ruim. En er bestaat geen twijfel dat men zich door Büttners scheppingen ook vandaag de dag nog in denkroutines laat meeslepen.

