Nederland, Deventer Stuiver 1578





Markeer als favoriet om een melding te krijgen wanneer de veiling begint.

Heeft meer dan 30 jaar ervaring met het verzamelen van munten, met uitgebreide professionele contacten in Azië. Gepassioneerd door de verhalen achter hedendaagse munten.
Catawiki Kopersbescherming
Je betaling is veilig bij ons totdat je het object hebt ontvangen.Bekijk details
Trustpilot 4.4 | 128581 reviews
Beoordeeld als "Uitstekend" op Trustpilot.
Beschrijving van de verkoper
Stuiver – emissie 30 oktober 1578 - Zeldzaam
Noordelijke Nederlanden – Overijssel – Rijksstad Deventer
Beleg door de graaf van Rennenberg, 3 augustus – 19 november 1578
Voorzijde; Gekroonde arend van Deventer binnen een gladde- en parelcirkel; daaronder schuin geplaatst wapenschildje van het Oversticht, omringd door de tekst: VRGEN·NECESS – DAVEN·30·OC·78.
Keerzijde. I · S binnen een omlijnde parelcirkel, geplaatst binnen een krans.
Op de keerzijde is een klop “arend van Deventer” aangebracht.
Na de aanmunting van een eerste reeks zilveren noodmunten in juni 1578 was er geen zilver meer beschikbaar. Omdat binnen de belegerde stad toch behoefte bleef aan circulerend muntgeld, werd in oktober 1578 besloten over te gaan tot het slaan van koperen noodmunten. Net als bij de eerste emissie werd muntmeester Balthasar Wijntgens sr. met deze taak belast. De koperstukken dienden onder meer voor de betaling van het garnizoen.
Bij uitgifte werd beloofd dat deze stukken na het beleg door het stadsbestuur tegen volwaardig geld zouden worden ingewisseld. Op de munten staat de emissiedatum 30 oktober 1578 vermeld. Volgens numismaat H.K. Berghuijs zijn deze koperen noodmunten op twee momenten geslagen: 29 oktober en 12 november 1578, telkens voor een bedrag van 400 rijksdaalders. Dit resulteerde in een productie van circa 25.000 koperen noodmunten, verdeeld over verschillende denominaties.
Na het beleg zijn veel van deze stukken daadwerkelijk ingeleverd. Een deel van de ontwaarde exemplaren kwam later als gedenkstukken in verzamelingen terecht, mogelijk als relatiegeschenk van de stad Deventer. In 1834 trof men in het stadhuis nog een groot aantal resterende koperen noodmunten aan (12.845 stuks). Deze bevinden zich tegenwoordig in de collectie van Stadsmuseum De Waag te Deventer.
Bij uitgifte waren deze noodmunten niet geklopt. De klop “arend van Deventer” werd na het beleg aangebracht op de ingeleverde stukken. Deze klop, aangebracht in opdracht van het stadsbestuur, diende als teken van ontwaarding. Een klein deel van de munten werd echter niet ingeleverd en draagt daarom geen klop; dergelijke exemplaren zijn zeldzaam.
Catalogus / Muntmeester: Balthasar Wijntgens sr.
Stuiver – emissie 30 oktober 1578 - Zeldzaam
Noordelijke Nederlanden – Overijssel – Rijksstad Deventer
Beleg door de graaf van Rennenberg, 3 augustus – 19 november 1578
Voorzijde; Gekroonde arend van Deventer binnen een gladde- en parelcirkel; daaronder schuin geplaatst wapenschildje van het Oversticht, omringd door de tekst: VRGEN·NECESS – DAVEN·30·OC·78.
Keerzijde. I · S binnen een omlijnde parelcirkel, geplaatst binnen een krans.
Op de keerzijde is een klop “arend van Deventer” aangebracht.
Na de aanmunting van een eerste reeks zilveren noodmunten in juni 1578 was er geen zilver meer beschikbaar. Omdat binnen de belegerde stad toch behoefte bleef aan circulerend muntgeld, werd in oktober 1578 besloten over te gaan tot het slaan van koperen noodmunten. Net als bij de eerste emissie werd muntmeester Balthasar Wijntgens sr. met deze taak belast. De koperstukken dienden onder meer voor de betaling van het garnizoen.
Bij uitgifte werd beloofd dat deze stukken na het beleg door het stadsbestuur tegen volwaardig geld zouden worden ingewisseld. Op de munten staat de emissiedatum 30 oktober 1578 vermeld. Volgens numismaat H.K. Berghuijs zijn deze koperen noodmunten op twee momenten geslagen: 29 oktober en 12 november 1578, telkens voor een bedrag van 400 rijksdaalders. Dit resulteerde in een productie van circa 25.000 koperen noodmunten, verdeeld over verschillende denominaties.
Na het beleg zijn veel van deze stukken daadwerkelijk ingeleverd. Een deel van de ontwaarde exemplaren kwam later als gedenkstukken in verzamelingen terecht, mogelijk als relatiegeschenk van de stad Deventer. In 1834 trof men in het stadhuis nog een groot aantal resterende koperen noodmunten aan (12.845 stuks). Deze bevinden zich tegenwoordig in de collectie van Stadsmuseum De Waag te Deventer.
Bij uitgifte waren deze noodmunten niet geklopt. De klop “arend van Deventer” werd na het beleg aangebracht op de ingeleverde stukken. Deze klop, aangebracht in opdracht van het stadsbestuur, diende als teken van ontwaarding. Een klein deel van de munten werd echter niet ingeleverd en draagt daarom geen klop; dergelijke exemplaren zijn zeldzaam.
Catalogus / Muntmeester: Balthasar Wijntgens sr.
