Thilo Maatsch (1900-1983) - Abstrakte Kompositionen 1924/1970





€ 1 |
|---|
Catawiki Kopersbescherming
Je betaling is veilig bij ons totdat je het object hebt ontvangen.Bekijk details
Trustpilot 4.4 | 135164 reviews
Beoordeeld als "Uitstekend" op Trustpilot.
Thilo Maatsch, Abstrakte Kompositionen 1924/1970, handsigneerde houtsnijdruk in beperkte oplage nr. 89, Duitsland, Constructivisme, afmetingen 30,5 x 43 cm, in goede staat.
Beschrijving van de verkoper
Compositorische schilderkunst
(Kurt Leonard over Thilo Maatsch 1976)
In de veiling bevindt zich een abstracte compositie van de belangrijke Duitse kunstenaar Thilo Maatsch uit 1924/1973 in de stijl van het constructivisme in de respectievelijke bladmaat: 35 x 45 cm, evenals motiefmaat 14 x 14 cm resp. 17 x 42,5 cm cm. De staat is zeer goed tot excellent. Het blad is nooit ingelijst geweest en decennialang bewaard in een kunstenaarsmap.
De houtdruk op dun Japans papier is rechts onder het motief gesigneerd. De gelimiteerde oplage van de houtdruk uit 1924 werd in een kleine oplage van slechts „100 exemplaren“ tussen 1966 en 1973 uitgegeven.
VITA THILO MAATSCH (Bron o.a. Wikipedia)
Thilo Friedrich Maatsch (* 13. augustus 1900 in Braunschweig; † 20. maart 1983 in Königslutter) was een Duitse grafisch ontwerper, schilder en beeldhouwer. Hij was een kunstenaar van de abstracte en de concrete kunst evenals van het constructivisme.
In 1918 richtte Maatsch samen met Rudolf Jahns en Johannes Molzahn de „Gesellschaft der Freunde junger Kunst“ in Braunschweig op. Tot diens leden behoorden onder meer Lyonel Feininger en Paul Klee. Daarnaast ontwierp Wassily Kandinsky, die Maatsch ondersteunde en die Maatsch, zoals zijn vader, vereerde, het signet van de groep. Nog in hetzelfde jaar raakte Maatsch bevriend met de kunstverzamelaar Otto Ralfs. In 1919 en 1921 bezocht hij Heinrich Vogeler in Worpswede.
1924 vond de eerste aankoop van een werk van Thilo Maatsch plaats door de Braunschweiger verzamelaar Otto Ralfs. Daartoe kwam hij met Nina en Wassily Kandinsky in Maatschs een-kamer-appartement om een olieverfschilderij uit te kiezen. Voor Maatsch was het een grote eer om zijn schilderij naast werken van Mondriaan, Kandinsky, Klee en vele andere toen al bekende kunstenaars in een verzameling te zien. In 1925 initieerde Ralfs een tentoonstelling van de „Gesellschaft der Freunde junger Kunst“.
Op de Bauhaus in Weimar en later Dessau maakte hij kennis met Paul Klee, Lyonel Feininger, László Moholy-Nagy, William Wauer en Lothar Schreyer. Kandinsky, Klee en Moholy-Nagy stelden hem in staat in hun ateliers te verblijven en bij hen te studeren. Met Kurt Schwitters was hij niet alleen bevriend, maar deelde hij een vergelijkbare vormtaal, waardoor Maatsch soms tot de kring van Schwitters gerekend wordt.
Nog in hetzelfde jaar sloot Maatsch zich aan bij de Novembergruppe en werd daar lid. Het volgende jaar nam hij tot 1932 jaarlijks deel aan de „Große Berliner Kunstausstellung“. In 1927 organiseerde Herwarth Walden in zijn galerie Der Sturm zelfs een solo-expositie voor hem, zoals Maatsch zelf in retrospectief 1970 nog steeds trots meldde, „minstens 50 grafische werken en ongeveer 10 aquarellen en enkele schilderijen“.
Onder het nationaalsocialisme ging, zoals bij veel andere avant-garde-kunstenaars ook, de ondergang komen. In 1933 werden voor het eerst kunstwerken van Maatsch beschlagnahmd. In 1934 werd hij uitgesloten van de Reichskammer der bildenden Künste, Maatsch werd als „entartet“ vermeld.
Twintig jaar na het einde van de oorlog volgde circa 1966 zijn herontdekking, en vanaf dat moment volgde in rap tempo tentoonstellingsreeksen op elkaar. Werken van Maatsch werden aangekocht door bekendere privécollecties, waaronder met name Carl Lazlo, die hem ondersteunde bij de uitgave o.a. van verschillende map-edities en een boekpublicatie, alsmede Alfred en Elisabeth Hoh. Hooggeacht verliet Thilo Maatsch in 1983 zijn leven in Königslutter.
Compositorische schilderkunst
(Kurt Leonard over Thilo Maatsch 1976)
In de veiling bevindt zich een abstracte compositie van de belangrijke Duitse kunstenaar Thilo Maatsch uit 1924/1973 in de stijl van het constructivisme in de respectievelijke bladmaat: 35 x 45 cm, evenals motiefmaat 14 x 14 cm resp. 17 x 42,5 cm cm. De staat is zeer goed tot excellent. Het blad is nooit ingelijst geweest en decennialang bewaard in een kunstenaarsmap.
De houtdruk op dun Japans papier is rechts onder het motief gesigneerd. De gelimiteerde oplage van de houtdruk uit 1924 werd in een kleine oplage van slechts „100 exemplaren“ tussen 1966 en 1973 uitgegeven.
VITA THILO MAATSCH (Bron o.a. Wikipedia)
Thilo Friedrich Maatsch (* 13. augustus 1900 in Braunschweig; † 20. maart 1983 in Königslutter) was een Duitse grafisch ontwerper, schilder en beeldhouwer. Hij was een kunstenaar van de abstracte en de concrete kunst evenals van het constructivisme.
In 1918 richtte Maatsch samen met Rudolf Jahns en Johannes Molzahn de „Gesellschaft der Freunde junger Kunst“ in Braunschweig op. Tot diens leden behoorden onder meer Lyonel Feininger en Paul Klee. Daarnaast ontwierp Wassily Kandinsky, die Maatsch ondersteunde en die Maatsch, zoals zijn vader, vereerde, het signet van de groep. Nog in hetzelfde jaar raakte Maatsch bevriend met de kunstverzamelaar Otto Ralfs. In 1919 en 1921 bezocht hij Heinrich Vogeler in Worpswede.
1924 vond de eerste aankoop van een werk van Thilo Maatsch plaats door de Braunschweiger verzamelaar Otto Ralfs. Daartoe kwam hij met Nina en Wassily Kandinsky in Maatschs een-kamer-appartement om een olieverfschilderij uit te kiezen. Voor Maatsch was het een grote eer om zijn schilderij naast werken van Mondriaan, Kandinsky, Klee en vele andere toen al bekende kunstenaars in een verzameling te zien. In 1925 initieerde Ralfs een tentoonstelling van de „Gesellschaft der Freunde junger Kunst“.
Op de Bauhaus in Weimar en later Dessau maakte hij kennis met Paul Klee, Lyonel Feininger, László Moholy-Nagy, William Wauer en Lothar Schreyer. Kandinsky, Klee en Moholy-Nagy stelden hem in staat in hun ateliers te verblijven en bij hen te studeren. Met Kurt Schwitters was hij niet alleen bevriend, maar deelde hij een vergelijkbare vormtaal, waardoor Maatsch soms tot de kring van Schwitters gerekend wordt.
Nog in hetzelfde jaar sloot Maatsch zich aan bij de Novembergruppe en werd daar lid. Het volgende jaar nam hij tot 1932 jaarlijks deel aan de „Große Berliner Kunstausstellung“. In 1927 organiseerde Herwarth Walden in zijn galerie Der Sturm zelfs een solo-expositie voor hem, zoals Maatsch zelf in retrospectief 1970 nog steeds trots meldde, „minstens 50 grafische werken en ongeveer 10 aquarellen en enkele schilderijen“.
Onder het nationaalsocialisme ging, zoals bij veel andere avant-garde-kunstenaars ook, de ondergang komen. In 1933 werden voor het eerst kunstwerken van Maatsch beschlagnahmd. In 1934 werd hij uitgesloten van de Reichskammer der bildenden Künste, Maatsch werd als „entartet“ vermeld.
Twintig jaar na het einde van de oorlog volgde circa 1966 zijn herontdekking, en vanaf dat moment volgde in rap tempo tentoonstellingsreeksen op elkaar. Werken van Maatsch werden aangekocht door bekendere privécollecties, waaronder met name Carl Lazlo, die hem ondersteunde bij de uitgave o.a. van verschillende map-edities en een boekpublicatie, alsmede Alfred en Elisabeth Hoh. Hooggeacht verliet Thilo Maatsch in 1983 zijn leven in Königslutter.

