Crucifix - Pear - 1900-1910 - Crucifix Pear wood






Heeft 20 jaar ervaring met het handelen in curiosa, waarvan 15 jaar bij een toonaangevende Franse dealer.
Catawiki Kopersbescherming
Je betaling is veilig bij ons totdat je het object hebt ontvangen.Bekijk details
Trustpilot 4.4 | 142120 reviews
Beoordeeld als "Uitstekend" op Trustpilot.
Beschrijving van de verkoper
Specificaties en kenmerken van het object:
Type: Monumentaal altaar- of kapelkruis op rotsvoet (Golgotha).
Afmetingen: Hoogte 1,07 meter, breedte 56 centimeter.
Gewicht: Onder de 10 kilo (volledig uitgedroogd hout).
Constructie corpus: Het handgesneden houten Jezusbeeld (corpus) is driedelig opgebouwd; de romp is verticaal gesneden en beide armen zijn als losse delen met een pen-en-gatverbinding ingezet.
Kruis en voet: Het kruis is rustiek bewerkt in de vorm van boomstammen. De voet stelt de rots van Golgotha voor en is aan de onderzijde handmatig vlakgezaagd en uitgehouwen.
Metalen applicaties: Het kruis is voorzien van gegoten metalen elementen (tin of gepatineerd brons), waaronder decoratieve eindknoppen op de kruisbalken, een INRI-plaquette aan de bovenzijde en een Memento Mori-schedel met gekruiste knekels onder de voeten van het corpus.
Dit crucifix is gemaakt in de periode tussen 1880 en 1920 (eind 19e of vroeg 20e eeuw).Er zijn drie duidelijke redenen die wijzen naar deze specifieke periode:De neostijlen: Rond 1900 was er in Europa een enorme heropleving van belangstelling voor oudere kunstvormen (zoals de neogotiek en de neobarok). Dit type zeer rustieke kruis, dat bewust ruw als een natuurlijke boomstam is uitgesneden, was in die periode heel populair voor kerken en huisaltaren.De metalen applicaties: De combinatie van een handgesneden houten Jezusbeeld met industrieel gegoten metalen elementen (zoals de INRI-rol, de schedel en de decoratieve eindknoppen) is typerend voor de late 19e eeuw. In deze periode combineerden ambachtslieden hun houtsnijwerk vaak met fijnere metalen gietstukken die in grotere aantallen beschikbaar kwamen.De herkomst: Dit type volkskunst en kerkinventaris werd in deze periode veelvuldig vervaardigd in gespecialiseerde regio's in Zuid-Duitsland (zoals Oberammergau), Oostenrijk (Tirol) en Noordoost-Frankrijk.Het object is dus met een leeftijd van zo'n 100 tot 140 jaar oud een prachtig en legitiem stuk antiek.
Dit type crucifix komt uit Zuid-Duitsland (de regio Beieren), Oostenrijk (Tirol) of het oosten van Frankrijk.Er zijn een paar specifieke kenmerken die sterk naar deze regio's wijzen:De traditie van het houtsnijwerk: De Alpenregio’s (met name plaatsen zoals Oberammergau in Beieren en het Grödnertal in Tirol) stonden rond 1900 wereldwijd bekend om hun hoogwaardige, handgesneden religieuze kunst. Hele dorpen leefden daar van de productie van dit soort kerk- en kapelkruisen.Het 'Boomstam'-kruis (Astkreuz): Het specifiek zo ruw en natuurlijk vormgeven van het kruis als een boomstam met knoesten is een typisch Germaanse en Centraal-Europese traditie. In de Duitstalige landen wordt dit een Astkreuz genoemd. Het symboliseert de 'Levensboom'.De tinnen/metalen applicaties: De combinatie van houtsnijwerk met gegoten tinnen of bronzen onderdelen (de schedel, knoppen en INRI-plaat) werd in die periode veelvuldig toegepast in zowel de Duitse als de Franse religieuze ateliers om de kruisen een extra rijke uitstraling te geven.
Specificaties en kenmerken van het object:
Type: Monumentaal altaar- of kapelkruis op rotsvoet (Golgotha).
Afmetingen: Hoogte 1,07 meter, breedte 56 centimeter.
Gewicht: Onder de 10 kilo (volledig uitgedroogd hout).
Constructie corpus: Het handgesneden houten Jezusbeeld (corpus) is driedelig opgebouwd; de romp is verticaal gesneden en beide armen zijn als losse delen met een pen-en-gatverbinding ingezet.
Kruis en voet: Het kruis is rustiek bewerkt in de vorm van boomstammen. De voet stelt de rots van Golgotha voor en is aan de onderzijde handmatig vlakgezaagd en uitgehouwen.
Metalen applicaties: Het kruis is voorzien van gegoten metalen elementen (tin of gepatineerd brons), waaronder decoratieve eindknoppen op de kruisbalken, een INRI-plaquette aan de bovenzijde en een Memento Mori-schedel met gekruiste knekels onder de voeten van het corpus.
Dit crucifix is gemaakt in de periode tussen 1880 en 1920 (eind 19e of vroeg 20e eeuw).Er zijn drie duidelijke redenen die wijzen naar deze specifieke periode:De neostijlen: Rond 1900 was er in Europa een enorme heropleving van belangstelling voor oudere kunstvormen (zoals de neogotiek en de neobarok). Dit type zeer rustieke kruis, dat bewust ruw als een natuurlijke boomstam is uitgesneden, was in die periode heel populair voor kerken en huisaltaren.De metalen applicaties: De combinatie van een handgesneden houten Jezusbeeld met industrieel gegoten metalen elementen (zoals de INRI-rol, de schedel en de decoratieve eindknoppen) is typerend voor de late 19e eeuw. In deze periode combineerden ambachtslieden hun houtsnijwerk vaak met fijnere metalen gietstukken die in grotere aantallen beschikbaar kwamen.De herkomst: Dit type volkskunst en kerkinventaris werd in deze periode veelvuldig vervaardigd in gespecialiseerde regio's in Zuid-Duitsland (zoals Oberammergau), Oostenrijk (Tirol) en Noordoost-Frankrijk.Het object is dus met een leeftijd van zo'n 100 tot 140 jaar oud een prachtig en legitiem stuk antiek.
Dit type crucifix komt uit Zuid-Duitsland (de regio Beieren), Oostenrijk (Tirol) of het oosten van Frankrijk.Er zijn een paar specifieke kenmerken die sterk naar deze regio's wijzen:De traditie van het houtsnijwerk: De Alpenregio’s (met name plaatsen zoals Oberammergau in Beieren en het Grödnertal in Tirol) stonden rond 1900 wereldwijd bekend om hun hoogwaardige, handgesneden religieuze kunst. Hele dorpen leefden daar van de productie van dit soort kerk- en kapelkruisen.Het 'Boomstam'-kruis (Astkreuz): Het specifiek zo ruw en natuurlijk vormgeven van het kruis als een boomstam met knoesten is een typisch Germaanse en Centraal-Europese traditie. In de Duitstalige landen wordt dit een Astkreuz genoemd. Het symboliseert de 'Levensboom'.De tinnen/metalen applicaties: De combinatie van houtsnijwerk met gegoten tinnen of bronzen onderdelen (de schedel, knoppen en INRI-plaat) werd in die periode veelvuldig toegepast in zowel de Duitse als de Franse religieuze ateliers om de kruisen een extra rijke uitstraling te geven.
