Oostenrijk. - 100 Banknotes - Various Dates (Zonder minimumprijs)





€ 3 | ||
|---|---|---|
€ 2 | ||
€ 1 |
Catawiki Kopersbescherming
Je betaling is veilig bij ons totdat je het object hebt ontvangen.Bekijk details
Trustpilot 4.4 | 141366 reviews
Beoordeeld als "Uitstekend" op Trustpilot.
Deze kavel bevat 100 Oostenrijkse Notgeld-bankbiljetten uitgegeven tot 1920 met uiteenlopende data en verschillende kwaliteiten, met historische en lokale thema's.
Beschrijving van de verkoper
Oostenrijks noodgeld tot 1920.
Het Oostenrijkse Notgeld ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog door een tekort aan metalen muntgeld. Munten werden opgepot of voor de oorlogsindustrie gebruikt, waardoor vooral kleine waarden schaars werden. Gemeenten, steden, bedrijven en instellingen gaven daarom tijdelijk eigen waardepapieren uit.
De eerste belangrijke uitgiften verschenen vanaf 1918, met name in Tirol, waaronder Innsbruck, Kufstein en Kitzbühel. De gebruikelijke waarden waren 10, 20 en 50 Heller, maar er kwamen ook hogere waarden voor, soms tot 100 Kronen. Dit zogenoemde Großgeld was bedoeld voor grotere betalingen.
Na het uiteenvallen van Oostenrijk-Hongarije in 1918 nam de productie sterk toe. In 1919 en vooral 1920 gaven honderden Oostenrijkse gemeenten eigen noodgeld uit. Vooral Opper-Oostenrijk werd een belangrijk centrum. De biljetten waren meestal maar korte tijd geldig en konden bij de uitgevende instantie worden ingewisseld.
Vanaf 1920 kregen de biljetten steeds meer een artistiek en lokaal karakter. Kastelen, kerken, stadhuizen, landschappen, wapens en historische personen werden afgebeeld. Door de grote belangstelling van verzamelaars verschenen bovendien speciale series, kleurvarianten, drukvarianten en andere uitgiften die soms nauwelijks voor het betalingsverkeer waren bedoeld.
Naast gemeentelijk Notgeld bestonden onder meer Privatnotgeld van bedrijven en winkels en Lagergeld voor gebruik binnen bepaalde instellingen of gesloten gemeenschappen.
Belangrijke verzamelgebieden zijn Tirol, Salzburg, Vorarlberg, Wenen, Neder-Oostenrijk, Opper-Oostenrijk, Stiermarken en Karinthië. Voor Opper-Oostenrijk zijn honderden gemeenten bekend. Eén gemeente kon bovendien tientallen verschillende varianten uitgeven.
1920 vormt een belangrijk eindpunt voor een verzameling, omdat vanaf eind dat jaar de uitgifte steeds meer werd beperkt. Het Oostenrijkse Notgeld uit deze periode is tegenwoordig interessant vanwege zowel de historische betekenis als de grote artistieke en lokale verscheidenheid.
Voor een uitgebreide studie zijn vooral de catalogi van Johann Kodnar & Norbert Künstner, Katalog des österreichischen Notgeldes 1914–1924, en de regionale catalogi van het Oberösterreichische Landesarchiv van belang.
Dit zijn 100 Notgeldbiljetten uit Oostenrijk. Ze kunnen niet worden teruggestuurd of verwisseld. Ze zijn van verschillende kwaliteit (kijk naar de foto’s om een goede indruk te krijgen, wat u ziet is wat u bekomt). Naar de Verenigde Staten van Amerika worden geen items verstuurd. 5
Oostenrijks noodgeld tot 1920.
Het Oostenrijkse Notgeld ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog door een tekort aan metalen muntgeld. Munten werden opgepot of voor de oorlogsindustrie gebruikt, waardoor vooral kleine waarden schaars werden. Gemeenten, steden, bedrijven en instellingen gaven daarom tijdelijk eigen waardepapieren uit.
De eerste belangrijke uitgiften verschenen vanaf 1918, met name in Tirol, waaronder Innsbruck, Kufstein en Kitzbühel. De gebruikelijke waarden waren 10, 20 en 50 Heller, maar er kwamen ook hogere waarden voor, soms tot 100 Kronen. Dit zogenoemde Großgeld was bedoeld voor grotere betalingen.
Na het uiteenvallen van Oostenrijk-Hongarije in 1918 nam de productie sterk toe. In 1919 en vooral 1920 gaven honderden Oostenrijkse gemeenten eigen noodgeld uit. Vooral Opper-Oostenrijk werd een belangrijk centrum. De biljetten waren meestal maar korte tijd geldig en konden bij de uitgevende instantie worden ingewisseld.
Vanaf 1920 kregen de biljetten steeds meer een artistiek en lokaal karakter. Kastelen, kerken, stadhuizen, landschappen, wapens en historische personen werden afgebeeld. Door de grote belangstelling van verzamelaars verschenen bovendien speciale series, kleurvarianten, drukvarianten en andere uitgiften die soms nauwelijks voor het betalingsverkeer waren bedoeld.
Naast gemeentelijk Notgeld bestonden onder meer Privatnotgeld van bedrijven en winkels en Lagergeld voor gebruik binnen bepaalde instellingen of gesloten gemeenschappen.
Belangrijke verzamelgebieden zijn Tirol, Salzburg, Vorarlberg, Wenen, Neder-Oostenrijk, Opper-Oostenrijk, Stiermarken en Karinthië. Voor Opper-Oostenrijk zijn honderden gemeenten bekend. Eén gemeente kon bovendien tientallen verschillende varianten uitgeven.
1920 vormt een belangrijk eindpunt voor een verzameling, omdat vanaf eind dat jaar de uitgifte steeds meer werd beperkt. Het Oostenrijkse Notgeld uit deze periode is tegenwoordig interessant vanwege zowel de historische betekenis als de grote artistieke en lokale verscheidenheid.
Voor een uitgebreide studie zijn vooral de catalogi van Johann Kodnar & Norbert Künstner, Katalog des österreichischen Notgeldes 1914–1924, en de regionale catalogi van het Oberösterreichische Landesarchiv van belang.
Dit zijn 100 Notgeldbiljetten uit Oostenrijk. Ze kunnen niet worden teruggestuurd of verwisseld. Ze zijn van verschillende kwaliteit (kijk naar de foto’s om een goede indruk te krijgen, wat u ziet is wat u bekomt). Naar de Verenigde Staten van Amerika worden geen items verstuurd. 5

