Stefano Della Bella (1610-1664) - Cavalli che corrono liberi






Vijf jaar werkzaam als Expert Klassieke Kunst en drie jaar als commissaris-priseur.
€ 10 | ||
|---|---|---|
€ 9 | ||
€ 8 | ||
Catawiki Kopersbescherming
Je betaling is veilig bij ons totdat je het object hebt ontvangen.Bekijk details
Trustpilot 4.4 | 142553 reviews
Beoordeeld als "Uitstekend" op Trustpilot.
Stefano Della Bella, Cavalli che corrono liberi, een aquafortetechniek etching uit de 17e eeuw Italië, formaat 94 × 75 mm, gesigneerd op plaat, in goede staat, verkocht door particulier of handelaar.
Beschrijving van de verkoper
Staat: uitstekende inchiostratura, goede conservering met lichte sporen van fioriture en brunering;
Ondersteuning: vergellata carta, kleine lijmresten op de achterkant, zoals op de foto;
Verzending: VERZEKERDE verzending via koerier Bartolini/DPD. Om van de verzekeringsdekking gebruik te kunnen maken, moeten eventuele schade aan het collo (kraag/ligatuur) bij levering worden geclaimd en gemeld bij de koerier. Anders is het niet mogelijk om de verzekeringsuitkering te activeren.
Herkomst: Herkomst uit een particuliere collectie;
Stefano Della Bella (Firenze, 18 mei 1610 – Firenze, 12 juli 1664) is een Italiaanse graveur.
Geboren in een familie van schilders, beeldhouwers en goudsmeden en vroeg wees van vader, richt hij zich aanvankelijk op de goudsmeedkunst aan de school van Giovanni Benedetto Castiglione en Gasparo Mola, waarna hij zich tot tekening en etsen wendt. Al gauw begint hij figuren te tekenen en de aquaforten van Jacques Callot te kopiëren, wat zijn jonge werken inspireert.
Onder de bescherming van de Médici, in het bijzonder van Don Lorenzo, de bastaardzoon van de groost heer Ferdinando I, krijgt Della Bella de gelegenheid studiereizen naar Rome te maken, waar hij van 1633 tot 1636 verblijft; in Rome ontmoet hij Franse etsers en prentuitgevers zoals Israël Henriet en François Langlois, die zijn besluit om in 1639 naar Parijs te verhuizen beïnvloeden, vier jaar na de dood van Callot.
In Parijs bereikt hij al snel, dankzij de door kardinaal Richelieu opgedragen etsen, ook op werelds niveau succes; hij frequenteert hofkoetsiers, theaterkunstenaars en letterkundigen, hoewel hij rijkdom niet als te overweldigend beschouwt. Het is de tijd van de Dertigjarige Oorlog, waarvan hij enkele episodes documenteert, zoals de Belegering van Arras.
Tussen 1644 en 1645 onderneemt hij een zeereis langs de Tyrreense en Ionische kusten tot in Egypte, en is getuige van de zeeslag tussen de galeren van de Orde van Malta en de Turkse vloot voor Rhodos op 28 september 1644.
In 1646-47 reist hij naar Nederland, vaart uit vanuit Calais, wat hij op enkele van zijn bladen afbeeldt; hij stopt in Amsterdam, Antwerpen en Dordrecht. Er wordt gefluisterd van een ontmoetung met Rembrandt, hoewel dit niet documenteerd is, waar Stefano della Bella verschillende etsen van bezat.
Zijn liefde voor de natuur uit zich in frisse schetsen: de etsen van dieren, de landschappen onthullen een levendige en fantasierijke stijl, die inmiddels autonoom is geworden van het geïspireerde Callot. Ook de menselijke figuur wordt bestudeerd; er ontwikkelen zich nieuwe thema’s: topografische kaarten, capricen, scènes van karakter, decoratie (fresco’s en ornamenten), militaire onderwerpen.
Na zijn terugkeer naar Florence in 1650 gaat hij opnieuw aan de slag onder de bescherming van het Medici-huis, werkend voor zijn beschermheren; hij vervaardigt frontispices, illustraties van feesten en panorama’s die de Medici-glorieën verheerlijken. In 1656 wordt hij lid van de Akademie der Apatisten. Hij bezoekt meermaals Rome, waar enkele opgravinseen van ruïnes uit de oudheid ontstaan; tegelijkertijd blijft hij platen en bladen naar zijn Parijse uitgevers sturen.
Stefano Della Bella heeft ons meer dan duizend prenten nagelaten.
De verkoper stelt zich voor
Staat: uitstekende inchiostratura, goede conservering met lichte sporen van fioriture en brunering;
Ondersteuning: vergellata carta, kleine lijmresten op de achterkant, zoals op de foto;
Verzending: VERZEKERDE verzending via koerier Bartolini/DPD. Om van de verzekeringsdekking gebruik te kunnen maken, moeten eventuele schade aan het collo (kraag/ligatuur) bij levering worden geclaimd en gemeld bij de koerier. Anders is het niet mogelijk om de verzekeringsuitkering te activeren.
Herkomst: Herkomst uit een particuliere collectie;
Stefano Della Bella (Firenze, 18 mei 1610 – Firenze, 12 juli 1664) is een Italiaanse graveur.
Geboren in een familie van schilders, beeldhouwers en goudsmeden en vroeg wees van vader, richt hij zich aanvankelijk op de goudsmeedkunst aan de school van Giovanni Benedetto Castiglione en Gasparo Mola, waarna hij zich tot tekening en etsen wendt. Al gauw begint hij figuren te tekenen en de aquaforten van Jacques Callot te kopiëren, wat zijn jonge werken inspireert.
Onder de bescherming van de Médici, in het bijzonder van Don Lorenzo, de bastaardzoon van de groost heer Ferdinando I, krijgt Della Bella de gelegenheid studiereizen naar Rome te maken, waar hij van 1633 tot 1636 verblijft; in Rome ontmoet hij Franse etsers en prentuitgevers zoals Israël Henriet en François Langlois, die zijn besluit om in 1639 naar Parijs te verhuizen beïnvloeden, vier jaar na de dood van Callot.
In Parijs bereikt hij al snel, dankzij de door kardinaal Richelieu opgedragen etsen, ook op werelds niveau succes; hij frequenteert hofkoetsiers, theaterkunstenaars en letterkundigen, hoewel hij rijkdom niet als te overweldigend beschouwt. Het is de tijd van de Dertigjarige Oorlog, waarvan hij enkele episodes documenteert, zoals de Belegering van Arras.
Tussen 1644 en 1645 onderneemt hij een zeereis langs de Tyrreense en Ionische kusten tot in Egypte, en is getuige van de zeeslag tussen de galeren van de Orde van Malta en de Turkse vloot voor Rhodos op 28 september 1644.
In 1646-47 reist hij naar Nederland, vaart uit vanuit Calais, wat hij op enkele van zijn bladen afbeeldt; hij stopt in Amsterdam, Antwerpen en Dordrecht. Er wordt gefluisterd van een ontmoetung met Rembrandt, hoewel dit niet documenteerd is, waar Stefano della Bella verschillende etsen van bezat.
Zijn liefde voor de natuur uit zich in frisse schetsen: de etsen van dieren, de landschappen onthullen een levendige en fantasierijke stijl, die inmiddels autonoom is geworden van het geïspireerde Callot. Ook de menselijke figuur wordt bestudeerd; er ontwikkelen zich nieuwe thema’s: topografische kaarten, capricen, scènes van karakter, decoratie (fresco’s en ornamenten), militaire onderwerpen.
Na zijn terugkeer naar Florence in 1650 gaat hij opnieuw aan de slag onder de bescherming van het Medici-huis, werkend voor zijn beschermheren; hij vervaardigt frontispices, illustraties van feesten en panorama’s die de Medici-glorieën verheerlijken. In 1656 wordt hij lid van de Akademie der Apatisten. Hij bezoekt meermaals Rome, waar enkele opgravinseen van ruïnes uit de oudheid ontstaan; tegelijkertijd blijft hij platen en bladen naar zijn Parijse uitgevers sturen.
Stefano Della Bella heeft ons meer dan duizend prenten nagelaten.
