Major A. M. Meerloo - Total War and the Human Mind - 1944





Markeer als favoriet om een melding te krijgen wanneer de veiling begint.
Catawiki Kopersbescherming
Je betaling is veilig bij ons totdat je het object hebt ontvangen.Bekijk details
Trustpilot 4.4 | 133802 reviews
Beoordeeld als "Uitstekend" op Trustpilot.
Beschrijving van de verkoper
"Total War and the Human Mind – A psychologist's experiences in occupied Holland" is een 78–80 pagina's tellende studie die in mei 1944 voor het eerst in Londen verscheen, midden in de oorlog, gepubliceerd voor het Nederlandse regeringsinformatiebureau (Netherlands Government Information Bureau) door de gerenommeerde uitgever George Allen & Unwin Ltd. Het exemplaar in deze veiling betreft de tweede druk van november 1944, in originele rood linnen hardcover met stofomslag — een vrij ongebruikelijke combinatie, omdat veel oorlogsexemplaren juist zonder stofomslag bewaard zijn gebleven.
Het boekje werd geschreven door majoor A. M. Meerloo, die op dat moment hoofd was van de Psychologische Dienst van de Nederlandse Strijdkrachten in ballingschap in Engeland. Het is daarmee in feite een semi-officiële Nederlandse oorlogspublicatie: bedoeld om de geallieerde lezer in Engeland en de VS bewust te maken van wat de Duitse bezetting in psychologisch opzicht met een heel volk deed. Het boek combineert ooggetuigenverslag, klinische observatie en een vroege analyse van wat Meerloo later "menticide" — de moord op de geest — zou noemen.
De auteur: Joost Abraham Maurits Meerloo (1903–1976)
De auteur op het titelblad heet "Major A. M. Meerloo", maar achter die militaire naam gaat een van de bekendste Nederlands-Amerikaanse psychiaters van de twintigste eeuw schuil: Joost Abraham Maurits "Bram" Meerloo, geboren in Den Haag op 14 maart 1903 en overleden in Amsterdam op 17 november 1976. Hij studeerde medicijnen in Leiden (artsexamen 1927), specialiseerde zich in psychiatrie en psychoanalyse, en opende in 1934 een eigen praktijk.
Meerloo was van Joods-Nederlandse afkomst. Toen Duitsland in mei 1940 Nederland binnenviel diende hij als arts in het Nederlandse leger. Tijdens de bezetting werkte hij eerst als huisarts en psychiater, ving onderduikers op en behandelde slachtoffers van Duitse verhoren. In 1942 — toen de jacht op Joodse Nederlanders en verzetsmensen scherp werd aangezet — nam hij de schuilnaam "Joost" aan, ontsnapte ternauwernood aan arrestatie en wist via België, Frankrijk, Spanje en Portugal Engeland te bereiken. Hij was het enige van zes kinderen uit zijn gezin dat de Holocaust overleefde.
In Londen werd hij benoemd tot hoofd van de Psychologische Dienst van de Nederlandse strijdkrachten in ballingschap, met de rang van majoor (later kolonel). In die functie ondervroeg en behandelde hij gevluchte verzetsmensen, krijgsgevangenen, ontsnapte concentratiekampgevangenen en collaborateurs — een unieke klinische dataset die de basis legde voor dit boek. Na de oorlog werd hij Hoog Commissaris voor Welzijn in Nederland en adviseur van UNRRA en SHAEF. In 1946 emigreerde hij naar de Verenigde Staten, werd in 1950 genaturaliseerd, en doceerde aan Columbia University en de New York School of Psychiatry. In 1972 hernam hij zijn Nederlandse nationaliteit.
Internationaal werd Meerloo vooral beroemd door zijn boek "The Rape of the Mind: The Psychology of Thought Control, Menticide, and Brainwashing" (1956), dat een klassieker werd in de literatuur over hersenspoeling, totalitarisme en gedachtecontrole tijdens de Koude Oorlog. Hij muntte zelf de term "menticide" (geestmoord) en trad onder meer op als getuige-deskundige in de zaak van de Amerikaanse Marine-kolonel Frank Schwable, die in Noord-Korea onder dwang een valse bekentenis aflegde. "Total War and the Human Mind" is in dat opus de directe voorloper: de eerste keer dat hij zijn ervaringen onder de bezetting psychologisch ordent.
Inhoud en thema's
Het boek is geen memoires in strikte zin, maar een psychologisch essay dat is opgebouwd rond een centrale stelling: moderne oorlog is niet langer alleen militair, maar "totaal" — gericht op het breken van de geest van de hele bevolking. Meerloo combineert persoonlijke waarneming met casuïstiek uit zijn praktijk in bezet Nederland en zijn werk in Engeland.
De belangrijkste lijnen die door de tekst lopen:
• Psychologische oorlogvoering als wapen. Meerloo laat zien hoe de bezetter systematisch angst, vernedering, onzekerheid en isolement inzet om wil en moreel te ondermijnen — propaganda, willekeurige razzia's, gijzelaars, rantsoenering, nachtelijke arrestaties en publieke executies werken samen als één psychologisch apparaat.
• Reacties van de bevolking. Hij beschrijft typische reacties: aanvankelijke verbijstering en ontkenning, vervolgens collectieve angst en apathie, daarna verschillende vormen van aanpassing — verzet, passief uithouden, opportunistische collaboratie, of psychische instorting. Hij analyseert waarom sommige mensen overeind blijven en anderen breken.
• Oorlogsneuroses en trauma. Op basis van patiënten beschrijft hij klinische beelden die we nu PTSS zouden noemen: slaapstoornissen, angstaanvallen, depersonalisatie, schuldgevoel bij overlevenden, en de specifieke gevolgen van verhoor en mishandeling door de Sicherheitsdienst.
• Verhoor, dwang en valse bekentenissen. Een centrale, vooruitziende sectie behandelt hoe ondervragers met uitputting, isolatie, vernedering en intimidatie bekentenissen afdwingen. Dit vormt de embryonale versie van zijn latere theorie over menticide en hersenspoeling.
• Het kind en het gezin in oorlog. Meerloo besteedt expliciet aandacht aan de gevolgen voor kinderen die opgroeien onder bezetting, bombardementen en honger — een thema dat in 1944 nog nauwelijks systematisch was onderzocht.
• Verzet, moraal en weerbaarheid. Hij schetst welke psychologische factoren mensen helpen morele integriteit te behouden: betekenisgeving, kameraadschap, humor, geloof, een innerlijk waardesysteem. Het boek is daarmee tegelijk een waarschuwing en een handleiding voor mentale weerbaarheid.
• Naar een psychologie van de vrede. In de slothoofdstukken kijkt Meerloo vooruit naar wat een naoorlogse samenleving nodig zal hebben om de psychische schade te helen — een thema dat later in zijn werk over collectieve waan en totalitarisme volledig zou worden uitgewerkt.
Historische betekenis
Drie dingen maken dit boekje historisch interessant. Ten eerste verschijnt het in mei 1944 — vóór D-Day, vóór de bevrijding van Nederland en ver vóór de officiële geallieerde studies over psychologische oorlogvoering. Het is daarmee een van de allereerste klinisch-psychologische ooggetuigenverslagen van het leven onder nazibezetting, geschreven terwijl die bezetting nog gewoon voortduurde. Ten tweede is het de directe kiem van Meerloos latere, invloedrijke werk over hersenspoeling en menticide; veel begrippen die in "The Rape of the Mind" (1956) wereldberoemd zouden worden, zijn hier al in embryonale vorm aanwezig. Ten derde is het een Nederlandse stem in de internationale oorlogsdiscussie: uitgegeven door het Nederlandse regeringsinformatiebureau in ballingschap, gericht op het Engelstalige publiek, en daarmee onderdeel van de Nederlandse propaganda- en informatie-inspanning in oorlogstijd.
Zeldzaamheid
Het boek is zeldzaam, en wel om verschillende redenen die elkaar versterken:
• Oplage en context. Het werd in 1944 in Londen gedrukt tijdens de oorlog, op het hoogtepunt van papierschaarste en met een beperkte oplage voor een specifiek (Engelstalig, semi-officieel) publiek. Het is geen commerciële uitgave geweest met massadistributie.
• Slechts twee Britse drukken. Eerste druk mei 1944, tweede druk november 1944. Daarna verscheen in 1945 een Amerikaanse uitgave bij International Universities Press, maar de Britse Allen & Unwin-uitgaven van 1944 — zoals dit exemplaar — zijn beduidend schaarser.
• Met stofomslag. De rode linnen hardcover komt nog wel voor in bibliotheken en bij antiquaren, maar exemplaren mét de originele stofomslag zijn aanzienlijk zeldzamer. Stofomslagen van oorlogsuitgaven gingen vaak verloren of werden weggegooid; antiquaren signaleren expliciet dat dit een belangrijk kenmerk is voor de waarde.
• Klein, kwetsbaar formaat. 19 × 13 cm, slechts ca. 78–80 pagina's, dun en licht (het hier vermelde gewicht van 120 gram klopt met die fysieke omschrijving). Dit soort dunne oorlogsbrochures wordt vaak beschadigd of weggegooid; goed bewaarde exemplaren zijn een minderheid.
• Inhoudelijke aantrekkingskracht. Doordat Meerloo internationaal beroemd is geworden, wordt dit eerste boekje actief verzameld door liefhebbers van WO II-literatuur, psychologie- en psychiatriegeschiedenis, Holocaust- en bezettingsstudies, en de geschiedenis van propaganda en hersenspoeling. De vraag is daardoor structureel groter dan het aanbod.
Op de gangbare antiquarische platforms (AbeBooks, Biblio, WorldCat) duiken in een gegeven periode meestal slechts enkele exemplaren tegelijk op, en exemplaren mét stofomslag in goede staat zijn daarvan steeds een minderheid.
Staat van dit exemplaar
Volgens de beschrijving betreft het de tweede druk van november 1944, originele rood linnen hardcover mét stofomslag. De stofomslag is licht beschadigd, het papier enigszins verbruind (normaal voor het zuurhoudende oorlogspapier), met een naam en enkele aantekeningen op het schutblad. De algehele staat wordt aangeduid als "goed / zeer goed". Voor een oorlogsuitgave van ruim 80 jaar oud is dat een bovengemiddelde conditie — vooral omdat de stofomslag aanwezig is.
Twee aandachtspunten beïnvloeden de waarde licht negatief: (1) het is niet de eerste maar de tweede druk (mei vs. november 1944), en (2) er staan eigendomsaantekeningen op het schutblad. Beide zijn echter mild en voor verzamelaars van oorlogsexemplaren geen breekpunt.
Conclusie
Dit is een klein maar inhoudelijk belangrijk oorlogsboek: één van de vroegste psychologische analyses van het leven onder nazibezetting, geschreven door een Nederlandse psychiater die later wereldberoemd zou worden als auteur van "The Rape of the Mind". De combinatie van vroege publicatiedatum (mei/november 1944), Londense oorlogseditie voor het Nederlandse regeringsinformatiebureau, originele rood linnen hardcover én aanwezige stofomslag, en de historische status van de auteur, maakt het tot een echt verzamelaarsobject — zeldzaam, goed te plaatsen in zowel WO II- als psychologie-geschiedenis, en met een stabiele tot stijgende waardeontwikkeling op de antiquarische markt.
"Total War and the Human Mind – A psychologist's experiences in occupied Holland" is een 78–80 pagina's tellende studie die in mei 1944 voor het eerst in Londen verscheen, midden in de oorlog, gepubliceerd voor het Nederlandse regeringsinformatiebureau (Netherlands Government Information Bureau) door de gerenommeerde uitgever George Allen & Unwin Ltd. Het exemplaar in deze veiling betreft de tweede druk van november 1944, in originele rood linnen hardcover met stofomslag — een vrij ongebruikelijke combinatie, omdat veel oorlogsexemplaren juist zonder stofomslag bewaard zijn gebleven.
Het boekje werd geschreven door majoor A. M. Meerloo, die op dat moment hoofd was van de Psychologische Dienst van de Nederlandse Strijdkrachten in ballingschap in Engeland. Het is daarmee in feite een semi-officiële Nederlandse oorlogspublicatie: bedoeld om de geallieerde lezer in Engeland en de VS bewust te maken van wat de Duitse bezetting in psychologisch opzicht met een heel volk deed. Het boek combineert ooggetuigenverslag, klinische observatie en een vroege analyse van wat Meerloo later "menticide" — de moord op de geest — zou noemen.
De auteur: Joost Abraham Maurits Meerloo (1903–1976)
De auteur op het titelblad heet "Major A. M. Meerloo", maar achter die militaire naam gaat een van de bekendste Nederlands-Amerikaanse psychiaters van de twintigste eeuw schuil: Joost Abraham Maurits "Bram" Meerloo, geboren in Den Haag op 14 maart 1903 en overleden in Amsterdam op 17 november 1976. Hij studeerde medicijnen in Leiden (artsexamen 1927), specialiseerde zich in psychiatrie en psychoanalyse, en opende in 1934 een eigen praktijk.
Meerloo was van Joods-Nederlandse afkomst. Toen Duitsland in mei 1940 Nederland binnenviel diende hij als arts in het Nederlandse leger. Tijdens de bezetting werkte hij eerst als huisarts en psychiater, ving onderduikers op en behandelde slachtoffers van Duitse verhoren. In 1942 — toen de jacht op Joodse Nederlanders en verzetsmensen scherp werd aangezet — nam hij de schuilnaam "Joost" aan, ontsnapte ternauwernood aan arrestatie en wist via België, Frankrijk, Spanje en Portugal Engeland te bereiken. Hij was het enige van zes kinderen uit zijn gezin dat de Holocaust overleefde.
In Londen werd hij benoemd tot hoofd van de Psychologische Dienst van de Nederlandse strijdkrachten in ballingschap, met de rang van majoor (later kolonel). In die functie ondervroeg en behandelde hij gevluchte verzetsmensen, krijgsgevangenen, ontsnapte concentratiekampgevangenen en collaborateurs — een unieke klinische dataset die de basis legde voor dit boek. Na de oorlog werd hij Hoog Commissaris voor Welzijn in Nederland en adviseur van UNRRA en SHAEF. In 1946 emigreerde hij naar de Verenigde Staten, werd in 1950 genaturaliseerd, en doceerde aan Columbia University en de New York School of Psychiatry. In 1972 hernam hij zijn Nederlandse nationaliteit.
Internationaal werd Meerloo vooral beroemd door zijn boek "The Rape of the Mind: The Psychology of Thought Control, Menticide, and Brainwashing" (1956), dat een klassieker werd in de literatuur over hersenspoeling, totalitarisme en gedachtecontrole tijdens de Koude Oorlog. Hij muntte zelf de term "menticide" (geestmoord) en trad onder meer op als getuige-deskundige in de zaak van de Amerikaanse Marine-kolonel Frank Schwable, die in Noord-Korea onder dwang een valse bekentenis aflegde. "Total War and the Human Mind" is in dat opus de directe voorloper: de eerste keer dat hij zijn ervaringen onder de bezetting psychologisch ordent.
Inhoud en thema's
Het boek is geen memoires in strikte zin, maar een psychologisch essay dat is opgebouwd rond een centrale stelling: moderne oorlog is niet langer alleen militair, maar "totaal" — gericht op het breken van de geest van de hele bevolking. Meerloo combineert persoonlijke waarneming met casuïstiek uit zijn praktijk in bezet Nederland en zijn werk in Engeland.
De belangrijkste lijnen die door de tekst lopen:
• Psychologische oorlogvoering als wapen. Meerloo laat zien hoe de bezetter systematisch angst, vernedering, onzekerheid en isolement inzet om wil en moreel te ondermijnen — propaganda, willekeurige razzia's, gijzelaars, rantsoenering, nachtelijke arrestaties en publieke executies werken samen als één psychologisch apparaat.
• Reacties van de bevolking. Hij beschrijft typische reacties: aanvankelijke verbijstering en ontkenning, vervolgens collectieve angst en apathie, daarna verschillende vormen van aanpassing — verzet, passief uithouden, opportunistische collaboratie, of psychische instorting. Hij analyseert waarom sommige mensen overeind blijven en anderen breken.
• Oorlogsneuroses en trauma. Op basis van patiënten beschrijft hij klinische beelden die we nu PTSS zouden noemen: slaapstoornissen, angstaanvallen, depersonalisatie, schuldgevoel bij overlevenden, en de specifieke gevolgen van verhoor en mishandeling door de Sicherheitsdienst.
• Verhoor, dwang en valse bekentenissen. Een centrale, vooruitziende sectie behandelt hoe ondervragers met uitputting, isolatie, vernedering en intimidatie bekentenissen afdwingen. Dit vormt de embryonale versie van zijn latere theorie over menticide en hersenspoeling.
• Het kind en het gezin in oorlog. Meerloo besteedt expliciet aandacht aan de gevolgen voor kinderen die opgroeien onder bezetting, bombardementen en honger — een thema dat in 1944 nog nauwelijks systematisch was onderzocht.
• Verzet, moraal en weerbaarheid. Hij schetst welke psychologische factoren mensen helpen morele integriteit te behouden: betekenisgeving, kameraadschap, humor, geloof, een innerlijk waardesysteem. Het boek is daarmee tegelijk een waarschuwing en een handleiding voor mentale weerbaarheid.
• Naar een psychologie van de vrede. In de slothoofdstukken kijkt Meerloo vooruit naar wat een naoorlogse samenleving nodig zal hebben om de psychische schade te helen — een thema dat later in zijn werk over collectieve waan en totalitarisme volledig zou worden uitgewerkt.
Historische betekenis
Drie dingen maken dit boekje historisch interessant. Ten eerste verschijnt het in mei 1944 — vóór D-Day, vóór de bevrijding van Nederland en ver vóór de officiële geallieerde studies over psychologische oorlogvoering. Het is daarmee een van de allereerste klinisch-psychologische ooggetuigenverslagen van het leven onder nazibezetting, geschreven terwijl die bezetting nog gewoon voortduurde. Ten tweede is het de directe kiem van Meerloos latere, invloedrijke werk over hersenspoeling en menticide; veel begrippen die in "The Rape of the Mind" (1956) wereldberoemd zouden worden, zijn hier al in embryonale vorm aanwezig. Ten derde is het een Nederlandse stem in de internationale oorlogsdiscussie: uitgegeven door het Nederlandse regeringsinformatiebureau in ballingschap, gericht op het Engelstalige publiek, en daarmee onderdeel van de Nederlandse propaganda- en informatie-inspanning in oorlogstijd.
Zeldzaamheid
Het boek is zeldzaam, en wel om verschillende redenen die elkaar versterken:
• Oplage en context. Het werd in 1944 in Londen gedrukt tijdens de oorlog, op het hoogtepunt van papierschaarste en met een beperkte oplage voor een specifiek (Engelstalig, semi-officieel) publiek. Het is geen commerciële uitgave geweest met massadistributie.
• Slechts twee Britse drukken. Eerste druk mei 1944, tweede druk november 1944. Daarna verscheen in 1945 een Amerikaanse uitgave bij International Universities Press, maar de Britse Allen & Unwin-uitgaven van 1944 — zoals dit exemplaar — zijn beduidend schaarser.
• Met stofomslag. De rode linnen hardcover komt nog wel voor in bibliotheken en bij antiquaren, maar exemplaren mét de originele stofomslag zijn aanzienlijk zeldzamer. Stofomslagen van oorlogsuitgaven gingen vaak verloren of werden weggegooid; antiquaren signaleren expliciet dat dit een belangrijk kenmerk is voor de waarde.
• Klein, kwetsbaar formaat. 19 × 13 cm, slechts ca. 78–80 pagina's, dun en licht (het hier vermelde gewicht van 120 gram klopt met die fysieke omschrijving). Dit soort dunne oorlogsbrochures wordt vaak beschadigd of weggegooid; goed bewaarde exemplaren zijn een minderheid.
• Inhoudelijke aantrekkingskracht. Doordat Meerloo internationaal beroemd is geworden, wordt dit eerste boekje actief verzameld door liefhebbers van WO II-literatuur, psychologie- en psychiatriegeschiedenis, Holocaust- en bezettingsstudies, en de geschiedenis van propaganda en hersenspoeling. De vraag is daardoor structureel groter dan het aanbod.
Op de gangbare antiquarische platforms (AbeBooks, Biblio, WorldCat) duiken in een gegeven periode meestal slechts enkele exemplaren tegelijk op, en exemplaren mét stofomslag in goede staat zijn daarvan steeds een minderheid.
Staat van dit exemplaar
Volgens de beschrijving betreft het de tweede druk van november 1944, originele rood linnen hardcover mét stofomslag. De stofomslag is licht beschadigd, het papier enigszins verbruind (normaal voor het zuurhoudende oorlogspapier), met een naam en enkele aantekeningen op het schutblad. De algehele staat wordt aangeduid als "goed / zeer goed". Voor een oorlogsuitgave van ruim 80 jaar oud is dat een bovengemiddelde conditie — vooral omdat de stofomslag aanwezig is.
Twee aandachtspunten beïnvloeden de waarde licht negatief: (1) het is niet de eerste maar de tweede druk (mei vs. november 1944), en (2) er staan eigendomsaantekeningen op het schutblad. Beide zijn echter mild en voor verzamelaars van oorlogsexemplaren geen breekpunt.
Conclusie
Dit is een klein maar inhoudelijk belangrijk oorlogsboek: één van de vroegste psychologische analyses van het leven onder nazibezetting, geschreven door een Nederlandse psychiater die later wereldberoemd zou worden als auteur van "The Rape of the Mind". De combinatie van vroege publicatiedatum (mei/november 1944), Londense oorlogseditie voor het Nederlandse regeringsinformatiebureau, originele rood linnen hardcover én aanwezige stofomslag, en de historische status van de auteur, maakt het tot een echt verzamelaarsobject — zeldzaam, goed te plaatsen in zowel WO II- als psychologie-geschiedenis, en met een stabiele tot stijgende waardeontwikkeling op de antiquarische markt.

