Hans Bayens (1924-2003) - Schilders Atelier






Meer dan 30 jaar ervaring als kunsthandelaar, taxateur en restaurateur.
Catawiki Kopersbescherming
Je betaling is veilig bij ons totdat je het object hebt ontvangen.Bekijk details
Trustpilot 4.4 | 139085 reviews
Beoordeeld als "Uitstekend" op Trustpilot.
Schilders Atelier, olieverfschilderij van Hans Bayens (1924–2003) uit Nederland, 1960–1970, impressionisme stijl, 70 × 80 cm, handgesigneerd, Origineel, verkocht met lijst.
Beschrijving van de verkoper
Dit betreft een zeer artistiek schilderij van de in België geboren kunstenaar Hans Bayens.
De vlotte toets, de kleurstelling... prachtig en tijdloos werk van deze gewilde kunstenaar.
De maten zonder lijst gemeten zijn 60cm x 70cm.
Het werk is gesigneerd rechtsonder en verkeert in een mooie staat.
De lijst wordt gratis meegeleverd.
Een mooi schilderij dat in ieder interieur past.
Bayens werd geboren in België als zoon van de Nederlandse kunstenaars Han Bayens en Elisabeth Polak, maar groeide op in Amsterdam. Hier deed hij eindexamen aan het Barlaeus Gymnasium. Belangrijk hierbij was zijn literaire vorming voor zijn latere werk. Van 1946 tot 1949 verbleef hij in Antwerpen, waar hij zijn opleiding tot schilder en beeldhouwer kreeg aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten. Leermeesters waren onder anderen Opsomer, Saverys, De Coninck, Van Vlasselaer (monumentale kunsten) en Puvrez.
Na zijn studie vertrok hij met een beurs van het Maison Descartes naar Parijs, waar hij een atelier kon betrekken in de Manufacture des Gobelins. Hier leerde hij zich bekwamen in het ontwerpen van kartons voor wandtapijten, daarnaast kopieerde hij onder andere de oude meesters in het Louvre. Na nog een stage in Aubusson (bij Lurçat) sloot hij deze periode af, om vervolgens nog enkele maanden in de bekende mijnstreek de Borinage door te brengen. Van Gogh en Israëls waren hem hierin voorgegaan.[3]
Toen hij zich uiteindelijk rond 1950-1951 weer in Amsterdam vestigde brak in eerste instantie een lastige tijd voor hem aan, hij moest op zoek naar een eigen vorm, stijl, identiteit. Het land moest weer opgebouwd worden (Wederopbouwperiode) en de abstracte kunst was in opkomst. Na opdrachten voor wandschilderingen (Marcanti Markthal, 1953), (Wilton-Fijenoord, 1954) en de IJsselcentrale, 1955), zo ook voor enkele wandtapijten (onder andere voor de Staatsmijnen, nu DSM) en een sgraffito voor het Ministerie van Landbouw en Visserij (1955), werd toch dat wat hem het meeste lag, het maken van olieverfschilderijen, aquarellen, pastels en tekeningen, in afwisseling met boetseren, zijn belangrijkste vorm. En slaagde hij erin succesvol te worden.[4] Positieve recensies droegen hieraan bij. Zo typeerde Redeker Bayens in Algemeen Handelsblad als vertegenwoordiger van een "Antwerpse school" met "echte, levende, bezielde en breedbewogen peintuur, samen met een rijk en gevoelig kolorisme" en prees Engelman in De Tijd zijn "spontane, bekwame en gevoelige schildertrant".[5]
Zijn werk wordt wel getypeerd als impressionistisch maar ook psychologisch expressief.[6] Een andere karakterisering van zijn stijl is laat- of post-impressionistisch.[7] Voorbeelden waren Constable, Breitner, Goya, Turner, Vuillard, en ook dubbeltalenten als Degas en Rik Wouters.[4] Onderwerpen vormden ook steeds meer mensen in zijn eigen omgeving, alsook landschap en interieur. Zo ontstonden reeksen tekeningen en werken in olieverf, pastel en aquarel van bijvoorbeeld het circus, het Koninklijk Concertgebouworkest, het antiquariaat, de Grote visite (ziekenhuisserie) en het Joegoslavië Tribunaal.
Daarnaast maakte hij ook regelmatig schilderreizen naar Engeland (Brighton en Constable Country), Frankrijk (l'Oise) en België. Hij schilderde portretten van vrienden en collega's zoals Geert van Oorschot, Harry op de Laak, Kees Verwey, maar ook van Willem Drees, Wim Kan, Maurits van Loon, Eugen Jochum, Arend Jan Dunning en Thérèse Cornips. Als beeldhouwer werd hij vooral bekend met de bronzen van door hem geliefde figuren uit de Nederlandse literatuur Multatuli, Theo Thijssen, Nescio's Titaantjes, Gorter, Thorbecke en Betje Wolff en Aagje Deken. Zijn werk is in veel musea en galeries in Nederland en daarbuiten tentoongesteld en is vertegenwoordigd in de collecties van particulieren, musea en overheidsdiensten in binnen- en buitenland.
Dit betreft een zeer artistiek schilderij van de in België geboren kunstenaar Hans Bayens.
De vlotte toets, de kleurstelling... prachtig en tijdloos werk van deze gewilde kunstenaar.
De maten zonder lijst gemeten zijn 60cm x 70cm.
Het werk is gesigneerd rechtsonder en verkeert in een mooie staat.
De lijst wordt gratis meegeleverd.
Een mooi schilderij dat in ieder interieur past.
Bayens werd geboren in België als zoon van de Nederlandse kunstenaars Han Bayens en Elisabeth Polak, maar groeide op in Amsterdam. Hier deed hij eindexamen aan het Barlaeus Gymnasium. Belangrijk hierbij was zijn literaire vorming voor zijn latere werk. Van 1946 tot 1949 verbleef hij in Antwerpen, waar hij zijn opleiding tot schilder en beeldhouwer kreeg aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten. Leermeesters waren onder anderen Opsomer, Saverys, De Coninck, Van Vlasselaer (monumentale kunsten) en Puvrez.
Na zijn studie vertrok hij met een beurs van het Maison Descartes naar Parijs, waar hij een atelier kon betrekken in de Manufacture des Gobelins. Hier leerde hij zich bekwamen in het ontwerpen van kartons voor wandtapijten, daarnaast kopieerde hij onder andere de oude meesters in het Louvre. Na nog een stage in Aubusson (bij Lurçat) sloot hij deze periode af, om vervolgens nog enkele maanden in de bekende mijnstreek de Borinage door te brengen. Van Gogh en Israëls waren hem hierin voorgegaan.[3]
Toen hij zich uiteindelijk rond 1950-1951 weer in Amsterdam vestigde brak in eerste instantie een lastige tijd voor hem aan, hij moest op zoek naar een eigen vorm, stijl, identiteit. Het land moest weer opgebouwd worden (Wederopbouwperiode) en de abstracte kunst was in opkomst. Na opdrachten voor wandschilderingen (Marcanti Markthal, 1953), (Wilton-Fijenoord, 1954) en de IJsselcentrale, 1955), zo ook voor enkele wandtapijten (onder andere voor de Staatsmijnen, nu DSM) en een sgraffito voor het Ministerie van Landbouw en Visserij (1955), werd toch dat wat hem het meeste lag, het maken van olieverfschilderijen, aquarellen, pastels en tekeningen, in afwisseling met boetseren, zijn belangrijkste vorm. En slaagde hij erin succesvol te worden.[4] Positieve recensies droegen hieraan bij. Zo typeerde Redeker Bayens in Algemeen Handelsblad als vertegenwoordiger van een "Antwerpse school" met "echte, levende, bezielde en breedbewogen peintuur, samen met een rijk en gevoelig kolorisme" en prees Engelman in De Tijd zijn "spontane, bekwame en gevoelige schildertrant".[5]
Zijn werk wordt wel getypeerd als impressionistisch maar ook psychologisch expressief.[6] Een andere karakterisering van zijn stijl is laat- of post-impressionistisch.[7] Voorbeelden waren Constable, Breitner, Goya, Turner, Vuillard, en ook dubbeltalenten als Degas en Rik Wouters.[4] Onderwerpen vormden ook steeds meer mensen in zijn eigen omgeving, alsook landschap en interieur. Zo ontstonden reeksen tekeningen en werken in olieverf, pastel en aquarel van bijvoorbeeld het circus, het Koninklijk Concertgebouworkest, het antiquariaat, de Grote visite (ziekenhuisserie) en het Joegoslavië Tribunaal.
Daarnaast maakte hij ook regelmatig schilderreizen naar Engeland (Brighton en Constable Country), Frankrijk (l'Oise) en België. Hij schilderde portretten van vrienden en collega's zoals Geert van Oorschot, Harry op de Laak, Kees Verwey, maar ook van Willem Drees, Wim Kan, Maurits van Loon, Eugen Jochum, Arend Jan Dunning en Thérèse Cornips. Als beeldhouwer werd hij vooral bekend met de bronzen van door hem geliefde figuren uit de Nederlandse literatuur Multatuli, Theo Thijssen, Nescio's Titaantjes, Gorter, Thorbecke en Betje Wolff en Aagje Deken. Zijn werk is in veel musea en galeries in Nederland en daarbuiten tentoongesteld en is vertegenwoordigd in de collecties van particulieren, musea en overheidsdiensten in binnen- en buitenland.
