Carlo Verdecchia (1905-1984) - Sensualità





€ 85 | ||
|---|---|---|
€ 1 |
Catawiki Kopersbescherming
Je betaling is veilig bij ons totdat je het object hebt ontvangen.Bekijk details
Trustpilot 4.4 | 139992 reviews
Beoordeeld als "Uitstekend" op Trustpilot.
Beschrijving van de verkoper
Olie op masoniet
cm 80x50 (het enige deel dat is geschilderd) - goed ingelijst
Herkomst:
Galleria Serio, Napels, zoals op het etiket en de stempels achterop staat
Carlo Verdecchia werd geboren in 1905 in Casoli di Atri, in Abruzzen, uit Giuseppe Verdecchia, een dierenarts en landschapskunstenaar. Op zeventienjarige leeftijd verhuisde hij naar Napels om de Academie voor Schone Kunsten te volgen, waar hij les had van Vincenzo Volpe en Paolo Vetri[1][2].
Naast zijn academische opleiding speelde ook de frequente confrontatie met het huis van de pastelkunstenaar Giuseppe Casciaro in Vomero een cruciale rol in zijn artistieke ontwikkeling; dit was een waar cultureel centrum waar Verdecchia in contact kwam met talrijke Napolitaanse en Italiaanse kunstenaars. In deze stimulerende omgeving raakte hij ook bevriend en werkte samen met Guido Casciaro, met wie hij zijn hele leven een vriendschaps- en samenwerkingsrelatie behield. Voor hem vormden de Casciaro’s een ware artistieke familie: met Guido Casciaro deelde hij tentoonstellingen, prijzen (zoals de ex aequo-prijs in Frattamaggiore in 1954) en theoretische discussies over kunst. Hun ontmoetingen vonden ook vaak plaats in de beroemde Bar Daniele, een referentiepunt voor de groep vomero-kunstenaars.
Zijn tentoonstellingscarrière begon vroeg en werd gekenmerkt door belangrijke onderscheidingen. In 1936 nam hij voor het eerst deel aan de Venavaalse Biennale met het werk Le tre età, gevolgd door edities in 1938, 1940 en 1942, de laatste met een persoonlijk ruimte waarin hij zes werken presenteerde. Hij werd vervolgens opnieuw uitgenodigd in 1948 en kreeg een wand toegewezen door de organiserende instantie. Parallel hieraan nam hij deel aan de Tweede Quadriennale van Rome en aan diverse edities van de Nationale Sindacali.
In 1951 exposeerde hij op de I Internationale Biennale van Zeekantkunst in Genua en nam hij deel aan meerdere edities van het "Maggio di Bari". Daarnaast exposeerde hij in tal van groepstentoonstellingen en solotentoonstellingen in Napels, Rome, L’Aquila, Pescara en Frattamaggiore, waar hij in 1954 ex aequo met Guido Casciaro de aankoopprijs voor het schilderij Contadini sull’aia binnenhaalde.
Zijn werken werden tentoongesteld in prestigieuze galeries als Brera, Forti, Lauro, Medea, Michelangelo, Il Centro, San Carlo, Serio en Mediterranea, wat zijn reputatie versterkte. Na zijn dood leverden belangrijke retrospective te Fransavilla al Mare (2010), Rivisondoli (2011–2012) en Atri (1998) bijgedragen hebben aan een volledige kritische herwaardering van zijn oeuvre.
Olie op masoniet
cm 80x50 (het enige deel dat is geschilderd) - goed ingelijst
Herkomst:
Galleria Serio, Napels, zoals op het etiket en de stempels achterop staat
Carlo Verdecchia werd geboren in 1905 in Casoli di Atri, in Abruzzen, uit Giuseppe Verdecchia, een dierenarts en landschapskunstenaar. Op zeventienjarige leeftijd verhuisde hij naar Napels om de Academie voor Schone Kunsten te volgen, waar hij les had van Vincenzo Volpe en Paolo Vetri[1][2].
Naast zijn academische opleiding speelde ook de frequente confrontatie met het huis van de pastelkunstenaar Giuseppe Casciaro in Vomero een cruciale rol in zijn artistieke ontwikkeling; dit was een waar cultureel centrum waar Verdecchia in contact kwam met talrijke Napolitaanse en Italiaanse kunstenaars. In deze stimulerende omgeving raakte hij ook bevriend en werkte samen met Guido Casciaro, met wie hij zijn hele leven een vriendschaps- en samenwerkingsrelatie behield. Voor hem vormden de Casciaro’s een ware artistieke familie: met Guido Casciaro deelde hij tentoonstellingen, prijzen (zoals de ex aequo-prijs in Frattamaggiore in 1954) en theoretische discussies over kunst. Hun ontmoetingen vonden ook vaak plaats in de beroemde Bar Daniele, een referentiepunt voor de groep vomero-kunstenaars.
Zijn tentoonstellingscarrière begon vroeg en werd gekenmerkt door belangrijke onderscheidingen. In 1936 nam hij voor het eerst deel aan de Venavaalse Biennale met het werk Le tre età, gevolgd door edities in 1938, 1940 en 1942, de laatste met een persoonlijk ruimte waarin hij zes werken presenteerde. Hij werd vervolgens opnieuw uitgenodigd in 1948 en kreeg een wand toegewezen door de organiserende instantie. Parallel hieraan nam hij deel aan de Tweede Quadriennale van Rome en aan diverse edities van de Nationale Sindacali.
In 1951 exposeerde hij op de I Internationale Biennale van Zeekantkunst in Genua en nam hij deel aan meerdere edities van het "Maggio di Bari". Daarnaast exposeerde hij in tal van groepstentoonstellingen en solotentoonstellingen in Napels, Rome, L’Aquila, Pescara en Frattamaggiore, waar hij in 1954 ex aequo met Guido Casciaro de aankoopprijs voor het schilderij Contadini sull’aia binnenhaalde.
Zijn werken werden tentoongesteld in prestigieuze galeries als Brera, Forti, Lauro, Medea, Michelangelo, Il Centro, San Carlo, Serio en Mediterranea, wat zijn reputatie versterkte. Na zijn dood leverden belangrijke retrospective te Fransavilla al Mare (2010), Rivisondoli (2011–2012) en Atri (1998) bijgedragen hebben aan een volledige kritische herwaardering van zijn oeuvre.

