Quintiliano - Quintiliani Declamationes - 1665

Startbod
€ 1

Markeer als favoriet om een melding te krijgen wanneer de veiling begint.

Volker Riepenhausen
Expert
Geselecteerd door Volker Riepenhausen

Specialist in reis-literatuur en pre-1600 zeldzame drukken met 28 jaar ervaring.

Geschatte waarde  € 430 - € 480
Catawiki Kopersbescherming

Je betaling is veilig bij ons totdat je het object hebt ontvangen.Bekijk details

Trustpilot 4.4 | 140259 reviews

Beoordeeld als "Uitstekend" op Trustpilot.

Beschrijving van de verkoper

Declamationes met Variorum Notis (M. Fab. Quintiliani Declamationes Undeviginti. M. Fabii Avi et Calpurnii Flacci Declamationes. Auctoris Incerti Dialogus De causis Corruptae Eloquentiae. Met Variorum Notis) (en sotto wordt Tomus II genoemd - mogelijk een drukfout).
Sottotitolo [met:] Institutiones Oratoriae (M. Fabii Quintiliani Institutionum Oratoriarum. Libri Duodecim. Sommeleiligheid bij de verouderdste handschriften getrouw en hersteld. Aan deze hernieuwde editie toegevoegd. Declamationes, die zowel uit P. Pithoei, J. C. Clarissimi, als uit andere bibliotheeken en edities konden worden samengebracht. Met Turnebi, Camerarii, Parei, Gronovii en anderen Noten. Met een Uitgebreide Index, zowel in Tekst als Noten).
Twee tomes in twee banden in 8vo lang (cm 12,5 x 20,5). Lugd. Batav. en Roterodami, Uitgevende Hackiana, 1665. Eerste tome, de “Declamationes”: voorplaat fraai gegraveerd naar p. p. (“R. a Perlyn fe”.), titelpagina met typografische merk van adelaar en devies “Movendo”, pp. 784 + 7 (Index) + 1 blad; Tweede tome, de “Institutiones Oratoriae”: voorplaat eveneens fraai gegraveerd naar p. p., titelpagina met typografisch merk van adelaar en devies “Movendo”, pp. (28) met Preface van Angelo Poliziano en Dedicatorial Epistel aan D. Petro Castellano, 916 + 30 (Index) + 2 b. Allebei de volumes hebben ouderwetse lijmruwijn in volledig leerleder met titel en tomnummer op de rug. Een gebruikelijke en fysiologische vergeelde rimpel aan de pagina’s, maar exemplaren in solide band, gedrukt op goed papier en met een goede indruk. Het dient te worden vermeld dat de traditie Quintilianos twee verzamelingen van “Declamationes” toeschrijft (de 19 Maiores, met zekere toeschrijving aan de Auteur, duidelijk uitgewerkt, waarvan de thema’s volledig zijn ontwikkeld en hier in Tomus I bijeen zijn met de onzekere dialoog “De Causis Corruptae Eloquentiae”; en de 338 Minores, waarvan slechts 145 aan ons zijn overgeleverd, vaak in conceptvorm, en hier in Tomus II bijeen met de “Institutio Oratoria”); van deze alleen sommige zouden teruggaan naar Quintilianus, terwijl de anderen, vooral de talloze “Minori”, zeker door een school zijn gemaakt, waarschijnlijk de Quintilianische school zelf (er wordt gesproken van “Declamationes pseudo-quintilianee”). Hier stellen we daarom twee verzamelingen voor die verwijzen naar het grootste retorische traktaat van de Romeinse oudheid, de “Institutio Oratoria”, en wat mogelijk is gereconstrueerd, de “De causis corruptae Eloquentiae”, en wat er nog rest van de andere werken van Quintilianus, de “Declamationes”. Marco Fabio Quintiliano (30–40 n.Chr.) was een meester in de retoriek en had onder zijn leerlingen Plinius de Jongere. De precieze datum van Quintiliani dood is onbekend, maar het is aannemelijk dat dit niet veel na het einde van de Flavische periode was. Na twintig jaar lesgeven besloot hij het ambt te verlaten en wijdde zich aan het schrijven van een dialogus waarin hij zijn standpunt uiteenzette over de groeiende verrotting van de kunst van het welsprekend spreken. Quintilianus schreef eerst het traktaat “De causis corruptae eloquentiae” en daarna de “Institutio oratoria”. Het “De causis corruptae eloquentiae” is verloren gegaan en we hadden de inhoud ervan niet kunnen reconstrueren, behalve door de denkwijze die de auteur uitdrukt in zijn grotere werk, de “Institutio oratoria”. In de eerste eeuw na Christus komt het probleem van de “grote welsprekendheid” onder Latijnse letterkundigen onder de aandacht: die welsprekendheid die het beroemde Romeinse Senaatsplein bij Ciceron zo beroemd maakte, maar inmiddels slechts een herinnering uit het verleden was. De standpunten van de Latijnse letterkundigen over de oorzaken van de verval van welsprekendheid beriepen zich op twee fundamenten: enerzijds de scholen, die hun vermogen om te onderwijzen verloren hadden door een gebrek aan bekwame leraren; derhalve was het kwaliteitsniveau dat zij garandeerden zo laag geworden dat jonge mensen niet langer net zo goed voorbereid waren als vroeger en dus niet meer konden concurreren met de modellen van de grote meesters uit het verleden. Aan de andere kant veranderde de politieke context: ten tijde van Cicero werden belangrijke beslissingen genomen door de Senaat na een volksvergadering, waarin iedereen zijn standpunt tegenover de tegenstanders moest naar voren brengen. Nu, in de huidige tijd, waren de vrijheden van de Republiek verdwenen en werden alle belangrijkste besluiten genomen door de keizer en zijn hof; bijgevolg ontbrak de behoefte aan competente redenaars. De eerste gedachtegang kan rechtstreeks aan Quintilianus worden toegeschreven, die door de Flaven werd gekozen om die wat tegenwoordig een radicale hervorming van de staatschool kan worden genoemd door te voeren (het schoolsysteem, programma’s, onderwijs, pedagogische lijnen) en dit wordt zo juist getoond in de “Institutio oratoria”. De tweede gedachtegang heeft Tacitus als bron en is aangetoond in zijn “Dialogo de Oratoribus”. De “Institutio oratoria” werd gecomponeerd tussen ca. 90 en 96 n.Chr. en is een traktaat verdeeld over twaalf boeken, gewijd aan Marcus Ulpius Vitellius, een beroemd figuur aan het hof van Domitianus. In het traktaat komen de vruchten samen van Quintiliani’s ervaring als docent maar ook zijn leer, in lijn met Cicero’s gedachte dat retorica een wetenschap is die de burger en de moreel voorbeeldige mens moet vormen. Cicero is voor Quintilianus het hoogtepunt en het model van de Romeinse welsprekendheid en Quintilianus presenteert de “große oratoria” van de Senaatszaal van Rome, die nu vergeten was. In dat werk citeren hij Griekse en Latijnse bronnen, bespreekt hij de standpunten van voorgangers met kalmte en beoordelingsbalans, plaatst hij de problemen duidelijk en behandelt hij de kwestie in een discurrerende toon. In dit opzicht kan de “Institutio oratoria” worden beschouwd als summa van de oude retorica, juist omdat het kan worden gelezen als een verzameling materiaal dat de verworvenheden van de wetenschap en techniek van communicatie en overtuiging bewaard, met duidelijke implicaties ten aanzien van de historische en culturele context waarin het past, met name wat betreft twee problemen: de veranderde functie van de redenaar in de samenleving en de nieuwe stilistische tendensen. En zo kunnen beide problemen worden teruggebracht tot de verrotting van welsprekendheid en dus tot haar verval, met oorzaken in technische en morele factoren. Christian Matthias Theodor Mommsen (Garding, 1817 - Charlottenburg, 1903), Duits historicus, numizmaticus, jurist, epigraaf en filoloog, algemeen beschouwd als de grootste classicus van de 19e eeuw, schreef over het werk: “Het is een van de meest uitstekende werken die we bezitten over de Romeinse oudheid, geïnspireerd door goede smaak en rechtvaardig oordeel, eenvoudig in betekenis en samenstelling, leerzaam zonder pedanterie, boeiend zonder persoonlijke inspanning, in opzet contrasterend met de lege en verfijnde literatuur van die tijd.”

De verkoper stelt zich voor

Kaarten en weergaven Italië Europa Afrika Azië Amerika Oceanië Decoratieve prints, decoratieve onderwerpen Oude en 20e-eeuwse boeken: Geesteswetenschappen en literatuur, Geschiedenis, Aardrijkskunde, Grote reizen, Antropologie en etnologie, Medische wetenschappen, Natuurwetenschappen, Landbouwwetenschappen, Geologie, Locaties, Eerste uitgaven van de twintigste eeuw, Diverse onderwerpen, Papieren curiosa Moderne en eigentijdse graphics
Vertaald door Google Translate

Declamationes met Variorum Notis (M. Fab. Quintiliani Declamationes Undeviginti. M. Fabii Avi et Calpurnii Flacci Declamationes. Auctoris Incerti Dialogus De causis Corruptae Eloquentiae. Met Variorum Notis) (en sotto wordt Tomus II genoemd - mogelijk een drukfout).
Sottotitolo [met:] Institutiones Oratoriae (M. Fabii Quintiliani Institutionum Oratoriarum. Libri Duodecim. Sommeleiligheid bij de verouderdste handschriften getrouw en hersteld. Aan deze hernieuwde editie toegevoegd. Declamationes, die zowel uit P. Pithoei, J. C. Clarissimi, als uit andere bibliotheeken en edities konden worden samengebracht. Met Turnebi, Camerarii, Parei, Gronovii en anderen Noten. Met een Uitgebreide Index, zowel in Tekst als Noten).
Twee tomes in twee banden in 8vo lang (cm 12,5 x 20,5). Lugd. Batav. en Roterodami, Uitgevende Hackiana, 1665. Eerste tome, de “Declamationes”: voorplaat fraai gegraveerd naar p. p. (“R. a Perlyn fe”.), titelpagina met typografische merk van adelaar en devies “Movendo”, pp. 784 + 7 (Index) + 1 blad; Tweede tome, de “Institutiones Oratoriae”: voorplaat eveneens fraai gegraveerd naar p. p., titelpagina met typografisch merk van adelaar en devies “Movendo”, pp. (28) met Preface van Angelo Poliziano en Dedicatorial Epistel aan D. Petro Castellano, 916 + 30 (Index) + 2 b. Allebei de volumes hebben ouderwetse lijmruwijn in volledig leerleder met titel en tomnummer op de rug. Een gebruikelijke en fysiologische vergeelde rimpel aan de pagina’s, maar exemplaren in solide band, gedrukt op goed papier en met een goede indruk. Het dient te worden vermeld dat de traditie Quintilianos twee verzamelingen van “Declamationes” toeschrijft (de 19 Maiores, met zekere toeschrijving aan de Auteur, duidelijk uitgewerkt, waarvan de thema’s volledig zijn ontwikkeld en hier in Tomus I bijeen zijn met de onzekere dialoog “De Causis Corruptae Eloquentiae”; en de 338 Minores, waarvan slechts 145 aan ons zijn overgeleverd, vaak in conceptvorm, en hier in Tomus II bijeen met de “Institutio Oratoria”); van deze alleen sommige zouden teruggaan naar Quintilianus, terwijl de anderen, vooral de talloze “Minori”, zeker door een school zijn gemaakt, waarschijnlijk de Quintilianische school zelf (er wordt gesproken van “Declamationes pseudo-quintilianee”). Hier stellen we daarom twee verzamelingen voor die verwijzen naar het grootste retorische traktaat van de Romeinse oudheid, de “Institutio Oratoria”, en wat mogelijk is gereconstrueerd, de “De causis corruptae Eloquentiae”, en wat er nog rest van de andere werken van Quintilianus, de “Declamationes”. Marco Fabio Quintiliano (30–40 n.Chr.) was een meester in de retoriek en had onder zijn leerlingen Plinius de Jongere. De precieze datum van Quintiliani dood is onbekend, maar het is aannemelijk dat dit niet veel na het einde van de Flavische periode was. Na twintig jaar lesgeven besloot hij het ambt te verlaten en wijdde zich aan het schrijven van een dialogus waarin hij zijn standpunt uiteenzette over de groeiende verrotting van de kunst van het welsprekend spreken. Quintilianus schreef eerst het traktaat “De causis corruptae eloquentiae” en daarna de “Institutio oratoria”. Het “De causis corruptae eloquentiae” is verloren gegaan en we hadden de inhoud ervan niet kunnen reconstrueren, behalve door de denkwijze die de auteur uitdrukt in zijn grotere werk, de “Institutio oratoria”. In de eerste eeuw na Christus komt het probleem van de “grote welsprekendheid” onder Latijnse letterkundigen onder de aandacht: die welsprekendheid die het beroemde Romeinse Senaatsplein bij Ciceron zo beroemd maakte, maar inmiddels slechts een herinnering uit het verleden was. De standpunten van de Latijnse letterkundigen over de oorzaken van de verval van welsprekendheid beriepen zich op twee fundamenten: enerzijds de scholen, die hun vermogen om te onderwijzen verloren hadden door een gebrek aan bekwame leraren; derhalve was het kwaliteitsniveau dat zij garandeerden zo laag geworden dat jonge mensen niet langer net zo goed voorbereid waren als vroeger en dus niet meer konden concurreren met de modellen van de grote meesters uit het verleden. Aan de andere kant veranderde de politieke context: ten tijde van Cicero werden belangrijke beslissingen genomen door de Senaat na een volksvergadering, waarin iedereen zijn standpunt tegenover de tegenstanders moest naar voren brengen. Nu, in de huidige tijd, waren de vrijheden van de Republiek verdwenen en werden alle belangrijkste besluiten genomen door de keizer en zijn hof; bijgevolg ontbrak de behoefte aan competente redenaars. De eerste gedachtegang kan rechtstreeks aan Quintilianus worden toegeschreven, die door de Flaven werd gekozen om die wat tegenwoordig een radicale hervorming van de staatschool kan worden genoemd door te voeren (het schoolsysteem, programma’s, onderwijs, pedagogische lijnen) en dit wordt zo juist getoond in de “Institutio oratoria”. De tweede gedachtegang heeft Tacitus als bron en is aangetoond in zijn “Dialogo de Oratoribus”. De “Institutio oratoria” werd gecomponeerd tussen ca. 90 en 96 n.Chr. en is een traktaat verdeeld over twaalf boeken, gewijd aan Marcus Ulpius Vitellius, een beroemd figuur aan het hof van Domitianus. In het traktaat komen de vruchten samen van Quintiliani’s ervaring als docent maar ook zijn leer, in lijn met Cicero’s gedachte dat retorica een wetenschap is die de burger en de moreel voorbeeldige mens moet vormen. Cicero is voor Quintilianus het hoogtepunt en het model van de Romeinse welsprekendheid en Quintilianus presenteert de “große oratoria” van de Senaatszaal van Rome, die nu vergeten was. In dat werk citeren hij Griekse en Latijnse bronnen, bespreekt hij de standpunten van voorgangers met kalmte en beoordelingsbalans, plaatst hij de problemen duidelijk en behandelt hij de kwestie in een discurrerende toon. In dit opzicht kan de “Institutio oratoria” worden beschouwd als summa van de oude retorica, juist omdat het kan worden gelezen als een verzameling materiaal dat de verworvenheden van de wetenschap en techniek van communicatie en overtuiging bewaard, met duidelijke implicaties ten aanzien van de historische en culturele context waarin het past, met name wat betreft twee problemen: de veranderde functie van de redenaar in de samenleving en de nieuwe stilistische tendensen. En zo kunnen beide problemen worden teruggebracht tot de verrotting van welsprekendheid en dus tot haar verval, met oorzaken in technische en morele factoren. Christian Matthias Theodor Mommsen (Garding, 1817 - Charlottenburg, 1903), Duits historicus, numizmaticus, jurist, epigraaf en filoloog, algemeen beschouwd als de grootste classicus van de 19e eeuw, schreef over het werk: “Het is een van de meest uitstekende werken die we bezitten over de Romeinse oudheid, geïnspireerd door goede smaak en rechtvaardig oordeel, eenvoudig in betekenis en samenstelling, leerzaam zonder pedanterie, boeiend zonder persoonlijke inspanning, in opzet contrasterend met de lege en verfijnde literatuur van die tijd.”

De verkoper stelt zich voor

Kaarten en weergaven Italië Europa Afrika Azië Amerika Oceanië Decoratieve prints, decoratieve onderwerpen Oude en 20e-eeuwse boeken: Geesteswetenschappen en literatuur, Geschiedenis, Aardrijkskunde, Grote reizen, Antropologie en etnologie, Medische wetenschappen, Natuurwetenschappen, Landbouwwetenschappen, Geologie, Locaties, Eerste uitgaven van de twintigste eeuw, Diverse onderwerpen, Papieren curiosa Moderne en eigentijdse graphics
Vertaald door Google Translate

Details

Aantal boeken
2
Onderwerp
Filosofie
Boektitel
Quintiliani Declamationes
Auteur/ Illustrator
Quintiliano
Staat
Zo goed als nieuw
Publicatiejaar oudste item
1665
Hoogte
20,5 cm
Editie
Eerste druk
Breedte
13 cm
Taal
Latijn
Oorspronkelijke taal
Ja
Band
Vellum
Aantal pagina‘s.
1700
Verkocht door
ItaliëGeverifieerd
pro

Vergelijkbare objecten

Voor jou in

Boeken