Albert Claeys (°1889 - †1967) - Winter in Vlaanderen






Meer dan 30 jaar ervaring als kunsthandelaar, taxateur en restaurateur.
Catawiki Kopersbescherming
Je betaling is veilig bij ons totdat je het object hebt ontvangen.Bekijk details
Trustpilot 4.4 | 143038 reviews
Beoordeeld als "Uitstekend" op Trustpilot.
Winter in Vlaanderen is een olieverfschilderij van Albert Claeys (1889–1967) uit België, 80 × 80 cm, rechtsonder handgesigneerd, afkomstig uit de periode 1960-1970 en in uitstekende staat.
Beschrijving van de verkoper
HET SCHILDERIJ
Dit kunstwerk van Albert Jozef Claeys (1889 – 1967) toont een desolaat Vlaams winterlandschap. Het doe wat denken aan de sfeer van het schilderij ‘De zwerver’ van Hieronymus Bosch van rond 1500. Ook het formaat van beide werken is gelijkaardig (80 x 80 cm). Mogelijk was het kleine uitstap van de artiest, weg van het impressionistische.
Buiten de eenzame kale bomen, valt het nestkastje aan de boom centraal in het schilderij op. Misschien verwijst summier naar de lente, het leven. Maar die is nog ver weg. Opvallend is de groene zone in het landschap tussen de grauwe hemel en donkerbruine voorgrond.
Het doek wordt verkocht zonder kader. Het is rechtsonder hand gesigneerd door de kunstenaar. Op de achterzijde ziet men een oude maar professionele restauratie. Zo ook een oud veilingetiket van Campo, toen nog gevestigd aan de Meir in Antwerpen (1897 – 1992).
DE KUNSTENAAR
Claeys Albert Jozef (1889 – 1967)
Albert Jozef Claeys was een Belgische schilder geboren in 1889 in Eke en overleden in 1967 in Deinze. Hij volgde zijn opleiding aan Sint-Lucas en aan de Academie in Gent onder toezicht van J. Delvin, Metdepenninck en G. Minne.
Hij behoorde tot de derde groep van de Latemse School. Tot die groep worden gerekend: Hubert Malfait, Albert Saverys, Jozef De Coene, Arthur Deleu, Jules Boulez, Victor Lorein, Achiel Van Sassenbroeck, Louis Pevernagie en Maurice Schelck.
Na zijn opleiding aan Sint-Lucas in Gent vervolmaakte Albert Claeys zich aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten. Hij specialiseerde zich in de decoratieve en monumentale kunsten onder begeleiding van beeldhouwer Felix Metdepenningen. Dankzij zijn leermeester kreeg Claeys een beurs om in Frankrijk te gaan studeren. Aan de Gentse Academie volgde hij ook les bij George Minne. Tot zijn medestudenten behoorden Evarist De Buck en Albert Saverys.
Pas in 1920 trad Claeys voor het eerst naar buiten met zijn werk, tijdens een solotentoonstelling in de Gentse Salle Taets. De tentoonstelling kende zoveel succes dat de galeriehouder het jaar daarop opnieuw een expositie aan zijn werk wijdde. In diezelfde periode was Claeys actief binnen de Gentse Cercle Artistique et Littéraire. Later volgden ook tentoonstellingen in Brussel.
Geleidelijk groeide Claeys uit tot een vooraanstaande vertegenwoordiger van de Belgische moderne kunst. Een sprekend voorbeeld daarvan was zijn deelname, in november 1924, aan de gerenommeerde tentoonstelling La Jeune Peinture Belge in Parijs.
Net als Valerius De Saedeleer vestigde Claeys zich tijdens het interbellum in de Vlaamse Ardennen. Pas in 1932 ging hij in Sint-Martens-Latem wonen. Het dorp groeide in die tijd steeds meer uit tot een geliefde buitenverblijfplaats van de Gentse beau monde, die er landhuizen bezat of er tijdens het weekend kwam wandelen. Claeys liet zich echter niet leiden door het groeiende toeristische succes van Latem. In zijn schilderijen creëerde hij een eigen, geïdealiseerde voorstelling van het dorp, los van de dagelijkse werkelijkheid.
Aan het einde van de jaren dertig was Claeys een graag geziene kunstenaar in de Gentse galerie Vyncke-van Eyck. Ook zijn weg naar de museumcollecties vond hij geleidelijk: zijn werk werd opgenomen in de verzamelingen van musea in Antwerpen, Gent, Luik en Leuven.
Bij zijn woning legde Claeys een aanlegsteiger aan, zodat hij vanuit zijn kleine boot op het water kon schilderen. Zo legde hij het landschap langs de Leie vast in idyllische, haast dromerige beelden, waarin de natuur een verstilde en poëtische sfeer uitstraalt.
HET SCHILDERIJ
Dit kunstwerk van Albert Jozef Claeys (1889 – 1967) toont een desolaat Vlaams winterlandschap. Het doe wat denken aan de sfeer van het schilderij ‘De zwerver’ van Hieronymus Bosch van rond 1500. Ook het formaat van beide werken is gelijkaardig (80 x 80 cm). Mogelijk was het kleine uitstap van de artiest, weg van het impressionistische.
Buiten de eenzame kale bomen, valt het nestkastje aan de boom centraal in het schilderij op. Misschien verwijst summier naar de lente, het leven. Maar die is nog ver weg. Opvallend is de groene zone in het landschap tussen de grauwe hemel en donkerbruine voorgrond.
Het doek wordt verkocht zonder kader. Het is rechtsonder hand gesigneerd door de kunstenaar. Op de achterzijde ziet men een oude maar professionele restauratie. Zo ook een oud veilingetiket van Campo, toen nog gevestigd aan de Meir in Antwerpen (1897 – 1992).
DE KUNSTENAAR
Claeys Albert Jozef (1889 – 1967)
Albert Jozef Claeys was een Belgische schilder geboren in 1889 in Eke en overleden in 1967 in Deinze. Hij volgde zijn opleiding aan Sint-Lucas en aan de Academie in Gent onder toezicht van J. Delvin, Metdepenninck en G. Minne.
Hij behoorde tot de derde groep van de Latemse School. Tot die groep worden gerekend: Hubert Malfait, Albert Saverys, Jozef De Coene, Arthur Deleu, Jules Boulez, Victor Lorein, Achiel Van Sassenbroeck, Louis Pevernagie en Maurice Schelck.
Na zijn opleiding aan Sint-Lucas in Gent vervolmaakte Albert Claeys zich aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten. Hij specialiseerde zich in de decoratieve en monumentale kunsten onder begeleiding van beeldhouwer Felix Metdepenningen. Dankzij zijn leermeester kreeg Claeys een beurs om in Frankrijk te gaan studeren. Aan de Gentse Academie volgde hij ook les bij George Minne. Tot zijn medestudenten behoorden Evarist De Buck en Albert Saverys.
Pas in 1920 trad Claeys voor het eerst naar buiten met zijn werk, tijdens een solotentoonstelling in de Gentse Salle Taets. De tentoonstelling kende zoveel succes dat de galeriehouder het jaar daarop opnieuw een expositie aan zijn werk wijdde. In diezelfde periode was Claeys actief binnen de Gentse Cercle Artistique et Littéraire. Later volgden ook tentoonstellingen in Brussel.
Geleidelijk groeide Claeys uit tot een vooraanstaande vertegenwoordiger van de Belgische moderne kunst. Een sprekend voorbeeld daarvan was zijn deelname, in november 1924, aan de gerenommeerde tentoonstelling La Jeune Peinture Belge in Parijs.
Net als Valerius De Saedeleer vestigde Claeys zich tijdens het interbellum in de Vlaamse Ardennen. Pas in 1932 ging hij in Sint-Martens-Latem wonen. Het dorp groeide in die tijd steeds meer uit tot een geliefde buitenverblijfplaats van de Gentse beau monde, die er landhuizen bezat of er tijdens het weekend kwam wandelen. Claeys liet zich echter niet leiden door het groeiende toeristische succes van Latem. In zijn schilderijen creëerde hij een eigen, geïdealiseerde voorstelling van het dorp, los van de dagelijkse werkelijkheid.
Aan het einde van de jaren dertig was Claeys een graag geziene kunstenaar in de Gentse galerie Vyncke-van Eyck. Ook zijn weg naar de museumcollecties vond hij geleidelijk: zijn werk werd opgenomen in de verzamelingen van musea in Antwerpen, Gent, Luik en Leuven.
Bij zijn woning legde Claeys een aanlegsteiger aan, zodat hij vanuit zijn kleine boot op het water kon schilderen. Zo legde hij het landschap langs de Leie vast in idyllische, haast dromerige beelden, waarin de natuur een verstilde en poëtische sfeer uitstraalt.
